Archief 745
Inventaris 745-351
Pagina 95
Dossier 26
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of kopie).

25 maart 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam), referentie D/HG. Aan: Den Heer Ph. de Vries, Trompenburgstraat 129, Amsterdam-Zuid.

Origineel

Getypte brief (doorslag of kopie). 25 maart 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam), referentie D/HG. Den Heer Ph. de Vries, Trompenburgstraat 129, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven in blauw potlood/krijt:] extra

D/HG.

den Heer Ph. de Vries,
Trompenburgstraat 129,
Amsterdam-Zuid.

Wijk 22B.

27/22/2 M.
25 Maart 1941.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 20 Maart jl. bericht
ik U, dat U, gedurende Uw ziekte, vrijstelling van het bezetten
van Uw plaats op de markt Ten Katestraat kan worden verleend, in-
dien U omgaand een ziekenbriefje inlevert; het terzake verschuldigde
marktgeld moet echter regelmatig wekelijks worden betaald. Indien U
niet onverwijld het achterstallige marktgeld (bedragende tot en met
29 Maart a.s. f 6,75) aanzuivert, zal de U verleende plaats op boven
genoemde markt worden ingetrokken.

De Directeur, Dit document is een zakelijke, dwingende mededeling van de Amsterdamse marktautoriteiten aan een marktkoopman, de heer Ph. de Vries. De kern van de brief is een voorwaardelijke gunst: de koopman hoeft niet fysiek op de markt aanwezig te zijn vanwege ziekte (een verplichte aanwezigheid was destijds de norm om een standplaats te behouden), mits hij een officieel bewijs van ziekte overlegt.

Opvallend is de strikte toon wat betreft de financiën. Hoewel hij ziek is, ontslaat dit hem niet van de betalingsverplichting. De brief bevat een expliciet ultimatum: als het bedrag van 6,75 gulden (het verschuldigde bedrag tot eind die week) niet direct wordt betaald, raakt hij zijn vergunning en standplaats op de Ten Katemarkt definitief kwijt. De administratieve precisie (wijknummers, dossiernummers) duidt op een goed geoliede bureaucratie. De brief dateert van maart 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de regeldruk op de Amsterdamse markten toe. De Ten Katestraat was (en is) een belangrijke marktlocatie in Amsterdam-West.

De ontvanger, Philip de Vries, woonde in de Trompenburgstraat 129 in de Rivierenbuurt. Deze buurt had in 1941 een zeer grote Joodse populatie. Veel documenten uit deze specifieke administratie (Marktwezen) zijn bewaard gebleven in het Stadsarchief Amsterdam en worden vaak gebruikt om het leven van Joodse Amsterdammers tijdens de bezetting te reconstrueren. In de loop van 1941 werden Joodse marktkooplieden door de bezetter steeds verder beperkt en uiteindelijk geweerd van de reguliere markten, wat deze brief tot een getuigenis maakt van de laatste periode waarin zij nog (onder strikte voorwaarden) hun beroep mochten uitoefenen.

Samenvatting

Dit document is een zakelijke, dwingende mededeling van de Amsterdamse marktautoriteiten aan een marktkoopman, de heer Ph. de Vries. De kern van de brief is een voorwaardelijke gunst: de koopman hoeft niet fysiek op de markt aanwezig te zijn vanwege ziekte (een verplichte aanwezigheid was destijds de norm om een standplaats te behouden), mits hij een officieel bewijs van ziekte overlegt.

Opvallend is de strikte toon wat betreft de financiën. Hoewel hij ziek is, ontslaat dit hem niet van de betalingsverplichting. De brief bevat een expliciet ultimatum: als het bedrag van 6,75 gulden (het verschuldigde bedrag tot eind die week) niet direct wordt betaald, raakt hij zijn vergunning en standplaats op de Ten Katemarkt definitief kwijt. De administratieve precisie (wijknummers, dossiernummers) duidt op een goed geoliede bureaucratie.

Historische Context

De brief dateert van maart 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de regeldruk op de Amsterdamse markten toe. De Ten Katestraat was (en is) een belangrijke marktlocatie in Amsterdam-West.

De ontvanger, Philip de Vries, woonde in de Trompenburgstraat 129 in de Rivierenbuurt. Deze buurt had in 1941 een zeer grote Joodse populatie. Veel documenten uit deze specifieke administratie (Marktwezen) zijn bewaard gebleven in het Stadsarchief Amsterdam en worden vaak gebruikt om het leven van Joodse Amsterdammers tijdens de bezetting te reconstrueren. In de loop van 1941 werden Joodse marktkooplieden door de bezetter steeds verder beperkt en uiteindelijk geweerd van de reguliere markten, wat deze brief tot een getuigenis maakt van de laatste periode waarin zij nog (onder strikte voorwaarden) hun beroep mochten uitoefenen.

Gerelateerde Documenten 6