Handgeschreven briefkaart/notitie op bruin papier.
Origineel
Handgeschreven briefkaart/notitie op bruin papier. 15 november 1941. A. Wallega. Geadresseerd aan "Mijn Heer" (waarschijnlijk een ambtenaar van de Dienst Marktwezen). 15 November [Stempel: No 30/ 41/1 M. 1941] 17/11 amp
Mijn Heer
Daar ik de laatste tijd een beetje
te kwaad heb met mijn gezondheid
Zoo kan ik tijdelijk niet op
de markt Waterlooplein komen
Achtings A. Wallega De tekst is een zakelijke maar persoonlijke afmelding. De schrijver, A. Wallega, stelt een autoriteit op de hoogte van zijn/haar afwezigheid op de markt van het Waterlooplein. De reden die wordt opgegeven is een verslechterde gezondheid ("te kwaad heb met mijn gezondheid"). De formulering "te kwaad hebben" is een enigszins archaïsche of volkse uitdrukking voor het 'moeilijk hebben' of 'kampen met'. De administratieve stempels en het nummer bovenin wijzen erop dat dit briefje officieel is ingeboekt, wat duidt op een streng toezicht op de aanwezigheid en registratie van marktkooplieden in die periode. Het document is gedateerd op november 1941, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Dit is een cruciale context: het Waterlooplein in Amsterdam was het hart van de Joodse wijk en de bijbehorende markt. De achternaam 'Wallega' is een bekende (Sefardisch-)Joodse naam in Amsterdam.
In de loop van 1941 werden Joodse Amsterdammers steeds verder geïsoleerd door anti-Joodse maatregelen. Vanaf september 1941 mochten Joodse handelaren alleen nog op speciaal aangewezen 'Joodse markten' staan, waaronder het Waterlooplein. Dit briefje is waarschijnlijk een bewijs van de poging van een individuele handelaar om aan de strenge administratieve eisen van de bezetter of het collaborerende gemeentebestuur te voldoen, zelfs onder moeilijke persoonlijke en politieke omstandigheden. A. Wallega Marktwezen