Getypte brief (doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun papier). 5 februari 1941. De Directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt of de betreffende gemeentelijke marktdienst). De Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (waarschijnlijk Amsterdam). [handgeschreven: Verzonden 6/2] [handgeschreven: M. Müller]
[handgeschreven: HG.]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
37/3/11 M. 2 5 Februari 1941.
In bijlage dezes heb ik de eer U een contract in duplo te doen geworden ten name van de fa.H.Piller & Zn. betreffende huur van pakhuisafdeeling no.A 2 op de Centrale Markt, voor den opslag van goederen (vide besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 7 April 1939 no.97 L.M.1939).
Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van dit contract door den heer Burgemeester te willen bevorderen en mij het daarna te doen retourneeren; dezerzijds kan dan voor registratie worden zorggedragen.
De Directeur, Deze ambtelijke brief uit februari 1941 betreft de administratieve afhandeling van een huurcontract voor een pakhuisruimte op de Centrale Markt. De directeur van de betreffende dienst stuurt het contract in tweevoud (in duplo) naar de Wethouder voor de Levensmiddelen.
Opvallend is de formele, hoffelijke toon die destijds gebruikelijk was in correspondentie tussen gemeentelijke diensten ("heb ik de eer U", "Ik moge U beleefd verzoeken"). De brief verwijst naar een besluit van Burgemeester en Wethouders (B&W) uit april 1939, wat aangeeft dat de voorbereiding of eerdere afspraken voor dit contract al van voor de Duitse inval dateerden. Het proces vereist dat de wethouder zorgt dat de burgemeester het contract tekent, waarna het ter registratie teruggestuurd moet worden. Het document is gedateerd op 5 februari 1941, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Slechts enkele weken na deze brief zou in Amsterdam de Februari-staking uitbreken (25-26 februari 1941).
De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat), die een cruciale rol speelden in de voedselvoorziening van de stad. De wethouder voor Levensmiddelen in deze periode was Jan Bommer (tot zijn ontslag door de bezetter later in 1941).
De vermelding van de firma H. Piller & Zn. is historisch relevant. De naam Piller is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam. In 1941 waren de anti-Joodse maatregelen van de bezetter al in volle gang (zoals de registratieplicht in januari 1941). Het pakhuiscontract kan wijzen op een voortzetting van normale bedrijfsvoering, maar in de context van de tijd kan het ook gerelateerd zijn aan de latere onteigening of "Arisering" van Joodse bedrijven. De opslag van goederen op de Centrale Markt was essentieel, zeker gezien de toenemende schaarste en distributie van voedsel tijdens de oorlogsjaren. H. Piller