Getypte ambtelijke brief.
Origineel
Getypte ambtelijke brief. 31 januari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een daaraan gerelateerde gemeentelijke dienst). M. Müller [handgeschreven]
HG.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
37/3/10 M. 2 31 Januari 1941.
In bijlage dezes heb ik de eer U een contract in duplo te doen geworden ten name van G.Kramer betreffende huur van pakhuisafdeeling no.C 14 op de Centrale Markt, voor den opslag van goederen (vide besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 7 April 1939 No. 97 L.M.1939).
Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van dit contract door den heer Burgemeester te willen bevorderen en mij het daarna te doen retourneeren; dezerzijds kan dan voor registratie worden zorggedragen.
De Directeur, Deze brief is een formeel administratief schrijven betreffende de verhuur van vastgoed door de gemeente. De Directeur verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om bemiddeling bij het verkrijgen van de handtekening van de Burgemeester onder een huurcontract.
Kernpunten:
* Huurder: G. Kramer.
* Object: Pakhuisafdeling no. C 14 op de Centrale Markt.
* Doel: Opslag van goederen.
* Juridische basis: Een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) uit april 1939.
* Procedure: Het contract is in tweevoud ("in duplo") bijgevoegd. Na ondertekening door de Burgemeester moet het document teruggestuurd worden voor definitieve registratie.
De taal is kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd, met hoffelijkheidsvormen zoals "heb ik de eer U... te doen geworden" en "Ik moge U beleefd verzoeken". Het document dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode bleef het Nederlandse ambtenarenapparaat grotendeels functioneren onder toezicht van de bezetter.
De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934) speelde een cruciale rol in de voedselvoorziening van de stad. De Wethouder voor de Levensmiddelen was in oorlogstijd een van de belangrijkste posten binnen het stadsbestuur vanwege de toenemende schaarste en de invoering van het distributiestelsel.
Interessant is de verwijzing naar een besluit uit april 1939. Dit toont aan dat de administratieve afhandeling van zaken die al vóór de oorlog waren besloten, in 1941 gewoon doorging. Het pakhuis C 14 was blijkbaar al langer bestemd voor deze huurder, maar de formele contractuele afwikkeling vond nu pas plaats. De handgeschreven naam "M. Müller" zou kunnen wijzen op een Duitse 'Beauftragte' of een specifieke ambtenaar die toezicht hield op de marktactiviteiten, aangezien de markten onder streng toezicht kwamen te staan om zwarte handel te voorkomen. G. Kramer