Archief 745
Inventaris 745-353
Pagina 209
Dossier 92
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke brief/concept-antwoord.

27 maart 1941.

Origineel

Ambtelijke brief/concept-antwoord. 27 maart 1941. 37/4/28 M [onleesbaar kenmerk] A’dam, 27/3 1941

Naar aanleiding van uw
brief dd. 16 Maart jl bericht ik U, dat
aan het daarin vervatte verzoek niet
kan worden voldaan.
Bij het vaststellen van het
plaatsgeld voor tuinders is rekening ge-
houden met het feit, dat tuinders in
het algemeen niet regelmatig hun
plaats kunnen bezetten. Het gemeente-
bestuur heeft zich op het standpunt ge-
steld, dat, gezien het geringe bedrag,
dat van tuinders voor plaatsgeld wordt
gevorderd, aan hen geen enkele reductie
wegens het niet bezetten van hun
plaats kan worden verleend.
~~Het gemeentebestuur heeft slechts~~ Er is slechts
een uitzondering gemaakt voor de
tuinders, die als gevolg van den
oorlogstoestand geen gebruik van
hun plaats hebben kunnen maken;
in die gevallen is over volle
kalendermaanden kwijtschelding van
marktgeld verleend, dus in uw geval
vanaf 1 Juni 1940.
Een verdere tegemoetkoming
kan ten deze door mij niet in
overweging worden genomen.
DDer [Initialen] Het document is een zakelijke afwijzing van een verzoek om korting (reductie) op de marktgeld- of plaatsgeldbetalingen. De schrijver, vermoedelijk een ambtenaar namens het gemeentebestuur van Amsterdam, legt uit dat bij de bepaling van de tarieven voor tuinders al rekening is gehouden met het feit dat zij niet elke dag aanwezig kunnen zijn.

Er is echter één uitzondering: tuinders die door de "oorlogstoestand" hun werkzaamheden moesten staken, hebben recht op kwijtschelding voor volle kalendermaanden. De geadresseerde heeft deze kwijtschelding reeds ontvangen vanaf 1 juni 1940 (vlak na de Nederlandse overgave in mei 1940). De brief besluit met de mededeling dat er geen verdere financiële tegemoetkomingen mogelijk zijn. Deze brief dateert van maart 1941, tien maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De "oorlogstoestand" waarnaar verwezen wordt, heeft direct invloed gehad op de bedrijfsvoering van tuinders en de organisatie van markten. De overheid probeerde enerzijds de normale belasting- en legesinkomsten te handhaven, maar moest anderzijds noodoplossingen bieden voor ondernemers die door de gevechtshandelingen of mobilisatie hun nering niet konden uitoefenen. De datum juni 1940 als startpunt voor kwijtschelding markeert de overgang naar de nieuwe realiteit onder het bezettingsbestuur.

Samenvatting

Het document is een zakelijke afwijzing van een verzoek om korting (reductie) op de marktgeld- of plaatsgeldbetalingen. De schrijver, vermoedelijk een ambtenaar namens het gemeentebestuur van Amsterdam, legt uit dat bij de bepaling van de tarieven voor tuinders al rekening is gehouden met het feit dat zij niet elke dag aanwezig kunnen zijn.

Er is echter één uitzondering: tuinders die door de "oorlogstoestand" hun werkzaamheden moesten staken, hebben recht op kwijtschelding voor volle kalendermaanden. De geadresseerde heeft deze kwijtschelding reeds ontvangen vanaf 1 juni 1940 (vlak na de Nederlandse overgave in mei 1940). De brief besluit met de mededeling dat er geen verdere financiële tegemoetkomingen mogelijk zijn.

Historische Context

Deze brief dateert van maart 1941, tien maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De "oorlogstoestand" waarnaar verwezen wordt, heeft direct invloed gehad op de bedrijfsvoering van tuinders en de organisatie van markten. De overheid probeerde enerzijds de normale belasting- en legesinkomsten te handhaven, maar moest anderzijds noodoplossingen bieden voor ondernemers die door de gevechtshandelingen of mobilisatie hun nering niet konden uitoefenen. De datum juni 1940 als startpunt voor kwijtschelding markeert de overgang naar de nieuwe realiteit onder het bezettingsbestuur.

Locaties

Amsterdam (A’dam).

Gerelateerde Documenten 6