Ambtelijk rapport met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Ambtelijk rapport met handgeschreven kanttekeningen. 17 augustus 1940 (met latere annotaties tot 27 november 1940). Rapport
Ondergetekende, J. van Leeuwen, controleur bij het
Marktwezen rapporteert U, naar aanleiding van Uw desbetref-
fende opdracht, dat:
A. J. Pijnaker, tuinder, plaats 54 IIde Hal, wonende N. Achterweg 85
hem verklaarde, in de periode dat hij in militairen dienst
was, zijn producten niet te hebben ingezonden bij de N.V. Nederlandsche
Veiling. De producten van zijn tuin, zijn door S. Pijnaker, tuinder
plaats 32 droog (vader van A. J. Pijnaker) van diens verkoopplaats
verkocht.
Amsterdam, 17 Augt 1940
de Contrôleur
[Handtekening: Leeuwen]
Aan den Heer Bedrijfschef
der Centrale Markt
[Paraaf/Stempel: DOG]
Telkens weer doet zich het niet meer
houden van pres. lijsten voelen. Bestaat
er geen mogelijkheid de weder invoering
nog eens te overwegen?
19/8 - '40
[Handtekening: Steenbak]
De mogelijkheid tot het weer invoeren van
presentielijsten schijnt mij niet meer zoo "ver af"
27/11 - '40
[Handtekening: Steenbak] Dit document is een ambtelijk rapport van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen uit de eerste maanden van de Duitse bezetting.
De kern van het rapport betreft een onderzoek naar tuinder A. J. Pijnaker. Tijdens zijn mobilisatie/militaire dienst zijn zijn producten niet via de officieel voorgeschreven weg (de N.V. Nederlandsche Veiling) verkocht, maar door zijn vader vanaf diens eigen standplaats in de markthal. Dit duidt op een overtreding van de destijds geldende regels voor de centrale distributie en verkoop van landbouwproducten.
Interessanter zijn de handgeschreven kanttekeningen onderaan het rapport. Een ambtenaar (mogelijk de bedrijfschef of een directielid, getekend 'Steenbak') klaagt over het gebrek aan "pres. lijsten" (presentielijsten). Het ontbreken van deze lijsten maakte het blijkbaar lastig om toezicht te houden op wie er wanneer op de markt aanwezig was en of de regels werden nageleefd.
Tussen de eerste opmerking (augustus 1940) en de tweede (november 1940) is een verschuiving zichtbaar: de herinvoering van deze lijsten wordt in november als zeer waarschijnlijk ("niet meer zoo ver af") beschouwd. Dit weerspiegelt de algemene trend in 1940 waarbij de administratieve controle op de voedselvoorziening en marktactiviteiten door de bezetter en het Nederlandse overheidsapparaat in rap tempo werd aangescherpt. De Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Markthallen aan de Jan van Galenstraat) was een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad. In de zomer van 1940, vlak na de capitulatie, probeerde de Nederlandse administratie de orde en de distributiekanalen te handhaven.
Tegelijkertijd begon de bezetter met het invoeren van strengere distributiemaatregelen om de export naar Duitsland te garanderen en de eigen bevolking onder controle te houden. Het "niet inzenden bij de veiling" werd gezien als een vorm van illegale handel of onttrekking aan de georganiseerde distributie. De discussie over presentielijsten in dit document illustreert de toenemende bureaucratisering en controle die de oorlogsjaren zou kenmerken. De vermelding van "militairen dienst" verwijst naar de Nederlandse soldaten die in 1940 gemobiliseerd waren tijdens de Duitse inval.