Handgeschreven memo of interne notitie.
Origineel
Handgeschreven memo of interne notitie. 12 en 18 september 1940. Hr. Proeverse
Staat Pijnakker sedert 25 Mei
j.l. weer regelmatig op een tuindersplaats?
Of leeft hij ook nu nog met
"gemakken"? Wat doet hij in dat
geval?
12-9-'40 amp.
Dit kan door geen van onze ambtenaren
met zekerheid worden verklaard.
18/9-'40
[Onleesbare handtekening, mogelijk Jvb] Het document is een korte correspondentie tussen twee ambtenaren of functionarissen. De eerste persoon (geparafeerd als 'amp.') stelt een vraag aan de heer Proeverse over een individu genaamd Pijnakker. De kern van de vraag is of Pijnakker sinds 25 mei (waarschijnlijk 1940) weer aan het werk is op een tuindersbedrijf ("tuindersplaats"), of dat hij nog steeds leeft met "gemakken". De aanhalingstekens rond "gemakken" suggereren een specifieke, mogelijk ironische of ambtelijke term voor het ontvangen van een uitkering of het niet verrichten van arbeid.
Het antwoord onderaan, gedateerd zes dagen later, is kort en formeel: de ambtenaren van de betreffende dienst kunnen hierover geen uitsluitsel geven. Dit wijst op een gebrek aan toezicht of registratie van de specifieke activiteiten van Pijnakker op dat moment. De datum van het document (september 1940) plaatst deze correspondentie in de vroege maanden van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode trachtte het ambtelijk apparaat (zoals het Gewestelijk Arbeidsbureau) een strikte controle uit te oefenen op de arbeidsmarkt. Het was voor de autoriteiten van belang om te weten wie er werkzaam was, mede om mensen te kunnen inzetten voor de voedselvoorziening of later voor de Arbeitseinsatz.
De term "tuindersplaats" duidt op de tuinbouwsector, die in die regio (vermoedelijk het Westland of omgeving, gezien de naam Pijnakker en de term) van groot economisch belang was. Het onderzoek naar of iemand "met gemakken" leefde, kan wijzen op een controle op werkloosheidssteun of een onderzoek naar mogelijke werkweigering.