Archief 745
Inventaris 745-354
Pagina 355
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Officiële brief/correspondentie.

14 januari 1942. Van: De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, Amsterdam). Aan: Den Heer Stadsingenieur, Voorzitter Kleine Benzinecommissie, Raadhuis, Amsterdam ("Alhier").

Origineel

Officiële brief/correspondentie. 14 januari 1942. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, Amsterdam). Den Heer Stadsingenieur, Voorzitter Kleine Benzinecommissie, Raadhuis, Amsterdam ("Alhier"). (Verzonden 14/1) VG/HG.

den Heer Stadsingenieur,
Voorzitter Kleine Benzinecommissie,
Raadhuis,
A l h i e r .

37/19/49 M.41 14 Januari 1942.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 24 December 1941 (No.S.I.
5844/111) heb ik de eer U te berichten, dat uit een door mijn
dienst ingesteld onderzoek is gebleken, dat B.H.van Zoelen de pleeg-
zoon is van Schuurman. Aangezien Schuurman niet kan autorijden,
treedt Van Zoelen als chauffeur op. Behalve met het vervoer van
groente en aardappelen, belast Van Zoelen zich met alle expeditie-
werk, zodat de door hem gebruikte auto niet voor 100% voor de
Centrale Markt wordt benut.

De Directeur, Deze brief is een formeel administratief antwoord op een eerdere aanvraag of controle van de "Kleine Benzinecommissie". De kern van de rapportage is dat een onderzoek door de betreffende dienst heeft uitgewezen dat de auto van een zekere heer Schuurman wordt bestuurd door diens pleegzoon, B.H. van Zoelen. Belangrijk voor de commissie is de vaststelling dat het voertuig niet uitsluitend ("niet voor 100%") wordt gebruikt voor transport naar de Centrale Markt, maar ook voor algemeen "expeditiewerk". In de context van brandstofschaarste was dergelijke informatie cruciaal voor het al dan niet toekennen of handhaven van benzinevergunningen. Het document dateert van januari 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een nijpend tekort aan brandstof, waardoor het gebruik van auto's en de toewijzing van benzine aan strikte regels en controles onderhevig waren. Instanties zoals de "Kleine Benzinecommissie" in Amsterdam hielden toezicht op het rechtmatig gebruik van de schaarse brandstof. Alleen voor essentieel gebruik, zoals de voedselvoorziening (Centrale Markt), werd benzine verstrekt. Het feit dat hier wordt gerapporteerd dat de auto ook voor ander "expeditiewerk" wordt gebruikt, kon leiden tot een inkrimping van het toegewezen rantsoen. De term "Alhier" duidt erop dat zowel de afzender als de ontvanger zich in dezelfde stad bevonden, in dit geval Amsterdam (gezien de vermelding van de Centrale Markt en het Raadhuis).

Samenvatting

Deze brief is een formeel administratief antwoord op een eerdere aanvraag of controle van de "Kleine Benzinecommissie". De kern van de rapportage is dat een onderzoek door de betreffende dienst heeft uitgewezen dat de auto van een zekere heer Schuurman wordt bestuurd door diens pleegzoon, B.H. van Zoelen. Belangrijk voor de commissie is de vaststelling dat het voertuig niet uitsluitend ("niet voor 100%") wordt gebruikt voor transport naar de Centrale Markt, maar ook voor algemeen "expeditiewerk". In de context van brandstofschaarste was dergelijke informatie cruciaal voor het al dan niet toekennen of handhaven van benzinevergunningen.

Historische Context

Het document dateert van januari 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een nijpend tekort aan brandstof, waardoor het gebruik van auto's en de toewijzing van benzine aan strikte regels en controles onderhevig waren. Instanties zoals de "Kleine Benzinecommissie" in Amsterdam hielden toezicht op het rechtmatig gebruik van de schaarse brandstof. Alleen voor essentieel gebruik, zoals de voedselvoorziening (Centrale Markt), werd benzine verstrekt. Het feit dat hier wordt gerapporteerd dat de auto ook voor ander "expeditiewerk" wordt gebruikt, kon leiden tot een inkrimping van het toegewezen rantsoen. De term "Alhier" duidt erop dat zowel de afzender als de ontvanger zich in dezelfde stad bevonden, in dit geval Amsterdam (gezien de vermelding van de Centrale Markt en het Raadhuis).

Gerelateerde Documenten 6