Archief 745
Inventaris 745-357
Pagina 278
Dossier 37
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijk advies / Concept-brief betreffende marktwezen en standplaatsvergunningen.

Geschreven na 4 juni 1936 (refereert aan eerdere correspondentie uit maart, april en mei 1936).

Origineel

Ambtelijk advies / Concept-brief betreffende marktwezen en standplaatsvergunningen. Geschreven na 4 juni 1936 (refereert aan eerdere correspondentie uit maart, april en mei 1936). gevolgd, dat standplaatsen niet worden (3
verleend binnen een afstand van 100 m.
van een winkel, waar dezelfde soort artikelen
worden verkocht. Deze gedragslijn is echter
t.a.v. bij de uitgifte van standplaatsen aan
de zgn. clandestiene standplaatshouders
doelbewust niet gevolgd (vide hieromtrent
mijn rapport dd. 27 Maart 1936 no. 39/75/1 M)
Inderdaad heeft De Goede ~~toch~~ destijds
schriftelijk bezwaar gemaakt tegen het verleenen
van den standplaatsvergunning aan Wouwenberg.
De Hoofdcommissaris van Politie heeft hieromtrent
op 27 April 1936 advies uitgebracht (no. 5810 Sijm.
5/317 L.M. 1936)
met welk advies ik mij op 7 Mei 1936 onder
no. 39/104/10 M vereenigde; B. en W. hebben
daarop op ~~7 Juni~~ 4 Juni 1936 onder no. 5/317 L.M. 1936
afwijzend op het verzoek van De Goede beschikt.
Terzake moge ik derhalve verwijzen naar vorengenoemd
rapport van den Hoofdcommissaris dd. 27 April 1936

Overigens zou dezerzijds geen bezwaar
bestaan, wanneer aan De Goeve [Goede] dezelfde verkoops-
mogelijkheden worden ~~gegeeven~~ geboden, als aan
Wouwenberg zijn verleend; ik vrees echter,
dat van de zijde der politie uit verkeersover-
wegingen overwegende bezwaren zullen
bestaan om De Goeve toe te staan, op
het punt, waar hem thans vergunning is ver-
leend, met een bakfiets of handkar een
standplaats in te nemen. ~~Hieromtrent~~
~~ware derhalve het oordeel in te winnen van~~
~~den Hoofdcommissaris van Politie.~~
Het is mij ten slotte niet bekend, dat
Wouwenberg [D.D.?]

Mede met het oog op hetgeen in
de vijfde alinea van het onderhavige
advies [doorstreept: schrijven] wordt medegedeeld, adviseer ik
n.u. het oordeel van de H.C. v. Politie te vragen. * Handschrift: Een vlot, hellend currens-handschrift uit de eerste helft van de 20e eeuw. De tekst bevat diverse doorhalingen en correcties, wat wijst op een concept-tekst of een intern advies dat nog geredigeerd werd.
* Inhoud: Het document behandelt een conflict tussen twee straathandelaren (De Goede en Wouwenberg). De kern van de zaak is de "100-meterregel", die stelt dat een standplaats niet te dicht bij een fysieke winkel mag liggen die dezelfde goederen verkoopt. De schrijver merkt echter op dat deze regel bij "clandestiene" houders bewust wordt genegeerd.
* Besluitvorming: Er wordt verwezen naar een keten van adviezen tussen maart en juni 1936. De Hoofdcommissaris van Politie speelt een cruciale rol, vooral wat betreft de verkeersveiligheid ("verkeersoverwegingen"). Hoewel er beleidsmatig geen bezwaar is om De Goede dezelfde rechten te geven als Wouwenberg, wordt verwacht dat de politie dit zal blokkeren vanwege de locatie en het gebruik van een bakfiets of handkar. Dit document biedt inzicht in de Amsterdamse (gezien de afkorting L.M., waarschijnlijk Lokaal Marktwezen) marktregulering tijdens de crisisjaren '30. In deze periode was er een grote toename van straathandelaren door de hoge werkloosheid. De overheid probeerde de wildgroei aan standplaatsen te reguleren om gevestigde winkeliers te beschermen (de 100-meterregel) en de verkeersdoorstroming in de steeds drukkere steden te waarborgen. De strijd om een legale standplaats was voor velen een kwestie van economisch overleven.

Samenvatting

  • Handschrift: Een vlot, hellend currens-handschrift uit de eerste helft van de 20e eeuw. De tekst bevat diverse doorhalingen en correcties, wat wijst op een concept-tekst of een intern advies dat nog geredigeerd werd.
  • Inhoud: Het document behandelt een conflict tussen twee straathandelaren (De Goede en Wouwenberg). De kern van de zaak is de "100-meterregel", die stelt dat een standplaats niet te dicht bij een fysieke winkel mag liggen die dezelfde goederen verkoopt. De schrijver merkt echter op dat deze regel bij "clandestiene" houders bewust wordt genegeerd.
  • Besluitvorming: Er wordt verwezen naar een keten van adviezen tussen maart en juni 1936. De Hoofdcommissaris van Politie speelt een cruciale rol, vooral wat betreft de verkeersveiligheid ("verkeersoverwegingen"). Hoewel er beleidsmatig geen bezwaar is om De Goede dezelfde rechten te geven als Wouwenberg, wordt verwacht dat de politie dit zal blokkeren vanwege de locatie en het gebruik van een bakfiets of handkar.

Historische Context

Dit document biedt inzicht in de Amsterdamse (gezien de afkorting L.M., waarschijnlijk Lokaal Marktwezen) marktregulering tijdens de crisisjaren '30. In deze periode was er een grote toename van straathandelaren door de hoge werkloosheid. De overheid probeerde de wildgroei aan standplaatsen te reguleren om gevestigde winkeliers te beschermen (de 100-meterregel) en de verkeersdoorstroming in de steeds drukkere steden te waarborgen. De strijd om een legale standplaats was voor velen een kwestie van economisch overleven.

Gerelateerde Documenten 6