Archiefdocument
Origineel
2 september 1918 (Amsterdam). Nº 4/20 M. 1918.
1.
Amsterdam. 2 Sept. 1918
Wethouder.
[Kantlijn:] Om bericht en raad
Naar aanleiding van het mij bij apostille
Afd. nº 676 d.d. 31 Juli jl. toegezonden schrijven van
den Amsterdamsche Coöperatieven Raad d.d. 22 Juli jl
heb ik de eer U het volgende te rapporteeren.
Voor het seizoen 1917-18 werd met den
Amsterdamsche Coöperatieven Raad, uitsluitend
ter tegemoetkoming aan de wenschen door dit
lichaam geuite wenschen, een contract afgesloten,
waarbij de genoemde Raad belast werd met
de behandeling van regeeringsaardappelen voor
de bedoelde wenschen grondden zich op de
omstandigheid dat de genoemde Raad ook
voor andere levensmiddelen als grossier was
erkend. Ofschoon bij de aardappeldistributie
geen sprake is van grossiers maar met dien
verstande de grossier niet als zoodanig optreden,
maar uitsluitend als een combinatie van
personen, die, behalve over de noodige
ervaring voor wat betreft de behandeling van
aardappelen, ook nog over alle daarbij benoodigde
hulpmiddelen beschikten en zij zich alleen
om die reden met contractueel met de
behandeling der aardappelen zagen belast,
heb ik gemeend dat in de richting van de
wenschen van den genoemden Raad mijn
medewerking te moeten verleenen - hoewel
deze noch over ervaring op dit gebied, noch
over de noodige hulpmiddelen beschikte -
alleen uit de overweging dat in het algemeen
van de zijde der coöperaties dikwijls bij de
uitvoering van distributiemaatregelen steun
werd ondervonden. - * Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands uit het begin van de 20e eeuw (bijv. "zagen belast", "mij bij apostille toegezonden").
* Inhoud: Het document is een verantwoording of verslag van een ambtenaar aan een wethouder over de samenwerking met de 'Amsterdamsche Coöperatieven Raad'. De kern van de zaak is dat deze Raad graag betrokken wilde worden bij de distributie van aardappelen omdat zij al als grossier voor andere goederen waren erkend.
* Opvallend: De schrijver geeft eerlijk toe dat de Raad eigenlijk de ervaring en de middelen miste voor aardappeldistributie ("hoewel deze noch over ervaring... noch over de noodige hulpmiddelen beschikte"). De beslissing om hen toch in te schakelen was gebaseerd op een politieke/strategische overweging: coöperaties boden doorgaans nuttige steun bij de uitvoering van algemene distributiemaatregelen.
* Status: Het lijkt een concept of eerste pagina van een advies ("Om bericht en raad" in de kantlijn suggereert dat dit stuk nog voor advies rondging). Dit document stamt uit september 1918, de laatste fase van de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, heerste er door de blokkades een enorme schaarste aan voedsel en brandstof. De overheid stelde een strikt distributiestelsel in voor basisbehoeften zoals "regeeringsaardappelen".
In Amsterdam leidde de schaarste en de kwaliteit van deze aardappelen tot grote sociale onrust, waaronder het bekende 'Aardappeloproer' van 1917. De overheid zocht daarom naar partners in de stad (zoals de coöperaties van arbeiders) om de distributie zo soepel en eerlijk mogelijk te laten verlopen en het maatschappelijk draagvlak te vergroten, zelfs als deze organisaties technisch gezien niet de beste papieren hadden voor de taak.