Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekening.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekening. 16 april 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktdienst of de Centrale Markt). [Handgeschreven:] extra
D/HG.
66/8/3 M.
16 April 1941.
Kwijtschelding plaatsgeld
Centrale Markt aan gros-
sier L. Bolle.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de gros-
sier L. Bolle, 2e Boerhaavestraat 73 hs, die voor het kalender-
jaar 1941 een plaats bezet in de hal op de Centrale Markt,
mij heeft verzocht gerekend te zijn ingegaan 1 April jl. van
zijn verplichtingen te worden ontheven en het door hem ter-
zake verschuldigde marktgeld, ten bedrage van ƒ 500,-, gedeel-
telijk kwijt te schelden. Bolle is grossier in bananen, doch
in verband met de tijdsomstandigheden heeft hij zich de
laatste maanden moeten toeleggen op den verkoop van andere
fruitsoorten onder andere sinaasappelen. Hij ontvangt echter
sedert enkele weken geen toewijzingen meer en het is hem,
tengevolge van de schaarschte aan fruit, ook niet mogelijk
met andere fruitsoorten handel te drijven; hij heeft de Cen-
trale Markt dan ook sedert 1 April jl. verlaten. Inwilliging
van zijn verzoek acht ik derhalve billijk. Indien Bolle voor
de onderhavige plaats het tarief per kalendermaand had be-
taald, zou hij tot 1 April jl. een bedrag van 3 x ƒ 50,- =
ƒ 150,- zijn schuldig geweest. Hij kan dus mijns inziens voor
een kwijtschelding van ƒ 500,- - ƒ 150,- = ƒ 350,- in aan-
merking komen.
Ik geef U beleefd in overweging wel te willen bevor-
deren, dat daartoe door den Regeeringscommissaris voor Amster-
dam, overeenkomstig het bepaalde in artikel 10 van de Veror-
dening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden,
wordt besloten.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies betreffende een financiële tegemoetkoming voor een ondernemer die door de oorlogsomstandigheden in de problemen is gekomen. Grossier L. Bolle, een bananenhandelaar, kan zijn nering niet meer voortzetten omdat de import van bananen en later ook sinaasappelen is stilgevallen ("geen toewijzingen meer").
De kern van de brief is een zakelijke berekening: Bolle had een jaarcontract van 500 gulden voor zijn plek op de Centrale Markt. Omdat hij door schaarste per 1 april 1941 gestopt is, stelt de directeur voor om hem slechts te laten betalen voor de drie maanden dat hij de plek daadwerkelijk kon gebruiken (januari t/m maart). Tegen een omgerekend maandtarief van 50 gulden komt dat neer op 150 gulden. De directeur adviseert daarom om de resterende 350 gulden kwijt te schelden. Het taalgebruik is uiterst formeel en hoffelijk ("heb ik de eer U te berichten", "geef U beleefd in overweging"). De brief dateert van april 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De "tijdsomstandigheden" waar de brief over spreekt, verwijzen naar de oorlogssituatie en de economische blokkade, waardoor de import van tropisch fruit volledig was gestopt.
Interessant is de verwijzing naar de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". In deze periode was Edward Voûte door de bezetter aangesteld als regeringscommissaris (en later burgemeester), nadat het democratische bestuur van de stad aan de kant was geschoven. Hoewel de brief nog formeel aan de "Wethouder" is gericht, lag de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid bij de door de nazi's gecontroleerde commissaris.
Daarnaast is de locatie van de grossier relevant: de 2e Boerhaavestraat ligt in Amsterdam-Oost, een wijk die in 1941 een grote Joodse populatie kende. Veel handelaren op de Centrale Markt waren Joods. In de periode dat deze brief geschreven werd, namen de anti-Joodse maatregelen van de bezetter snel toe, wat de economische positie van dergelijke handelaren naast de algemene schaarste extra kwetsbaar maakte.