Archief 745
Inventaris 745-362
Pagina 492
Dossier 55
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

18 oktober 1941. Van: S. Kloots (Salomon Kloots), Swammerdamstraat 38, Amsterdam-Oost. Aan: De Weledelgeboren Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. Dossier: 66/19/2

Origineel

18 oktober 1941. S. Kloots (Salomon Kloots), Swammerdamstraat 38, Amsterdam-Oost. De Weledelgeboren Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. S. KLOOTS
IN BINNEN- EN BUITENLANDSCH FRUIT
SWAMMERDAMSTRAAT 38
AMSTERDAM-O.

Amsterdam-O. 18 October 1941.

Aan den WelEd. Heer Directeur
van het marktwezen
te A’dam.

Nº 66/19/2 M. 1941 20/10

WelEd. Heer!
Zooals U bekend is, moet ik per 20 October liquideren.
Ik heb alsnog getracht uitstel daarvan te verkrijgen, maar dit is mij nog niet verleend.
Daar ik na deze datum geen gebruik [doorgehaald: meer] van mijn plaats meer kan (of mag) maken, verzoek ik U beleefd mij van mijn contract als plaatshouder per 1 Nov. of eerder te willen ontheffen.
U bij voorbaat dankend, verblijf ik,

Hoogachtend
Sal Kloots In deze zakelijke maar dringende brief verzoekt Sal Kloots om ontheffing van zijn contract als marktkoopman (plaatshouder). De kern van de brief is de mededeling dat hij zijn bedrijf per 20 oktober 1941 moet "liquideren". Hij geeft aan dat hij tevergeefs heeft geprobeerd uitstel te krijgen voor deze liquidatie. Omdat hij na die datum wettelijk gezien geen gebruik meer mag maken van zijn staanplaats op de markt, vraagt hij de directeur van het Marktwezen om zijn contract formeel te beëindigen per 1 november (of eerder), om verdere verplichtingen of kosten te voorkomen. De blauwe potloodaantekening en het stempelnummer duiden op de administratieve verwerking door de gemeente. Dit document is een aangrijpende getuigenis van de economische uitsluiting van Joden tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief op het eerste gezicht een normale zakelijke opzegging lijkt, draagt de term "liquideren" in oktober 1941 een zware lading. Op basis van de anti-Joodse verordeningen van de bezetter (zoals VO 48/1941) werden Joodse ondernemers gedwongen hun bedrijf te registreren, waarna deze ofwel werden "gearyaniseerd" (overgenomen door niet-Joden) of geliquideerd (opgeheven).

Salomon (Sal) Kloots, een Joodse fruithandelaar, werd hier direct door getroffen. In de loop van 1941 werd het voor Joodse marktkooplieden steeds moeilijker, en uiteindelijk onmogelijk gemaakt om hun beroep uit te oefenen. De zin "geen gebruik meer kan (of mag) maken" verwijst direct naar de wettelijke verboden die hem door de bezetter waren opgelegd. De brief toont de bureaucratische afwikkeling van een gedwongen bedrijfsbeëindiging, waarbij het slachtoffer zelf nog de ontheffing moet aanvragen voor een contract dat hem door discriminerende maatregelen onmogelijk is gemaakt na te komen. O. Marktwezen

Samenvatting

In deze zakelijke maar dringende brief verzoekt Sal Kloots om ontheffing van zijn contract als marktkoopman (plaatshouder). De kern van de brief is de mededeling dat hij zijn bedrijf per 20 oktober 1941 moet "liquideren". Hij geeft aan dat hij tevergeefs heeft geprobeerd uitstel te krijgen voor deze liquidatie. Omdat hij na die datum wettelijk gezien geen gebruik meer mag maken van zijn staanplaats op de markt, vraagt hij de directeur van het Marktwezen om zijn contract formeel te beëindigen per 1 november (of eerder), om verdere verplichtingen of kosten te voorkomen. De blauwe potloodaantekening en het stempelnummer duiden op de administratieve verwerking door de gemeente.

Historische Context

Dit document is een aangrijpende getuigenis van de economische uitsluiting van Joden tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief op het eerste gezicht een normale zakelijke opzegging lijkt, draagt de term "liquideren" in oktober 1941 een zware lading. Op basis van de anti-Joodse verordeningen van de bezetter (zoals VO 48/1941) werden Joodse ondernemers gedwongen hun bedrijf te registreren, waarna deze ofwel werden "gearyaniseerd" (overgenomen door niet-Joden) of geliquideerd (opgeheven).

Salomon (Sal) Kloots, een Joodse fruithandelaar, werd hier direct door getroffen. In de loop van 1941 werd het voor Joodse marktkooplieden steeds moeilijker, en uiteindelijk onmogelijk gemaakt om hun beroep uit te oefenen. De zin "geen gebruik meer kan (of mag) maken" verwijst direct naar de wettelijke verboden die hem door de bezetter waren opgelegd. De brief toont de bureaucratische afwikkeling van een gedwongen bedrijfsbeëindiging, waarbij het slachtoffer zelf nog de ontheffing moet aanvragen voor een contract dat hem door discriminerende maatregelen onmogelijk is gemaakt na te komen.

Genoemde Personen 1

O.

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Meel Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6