Ambtelijke brief/rapport.
Origineel
Ambtelijke brief/rapport. 1 augustus 1941. De Directeur van de Centrale Markt te Amsterdam. Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. [Rechtsboven handgeschreven in blauw potlood:] W. Moerse [?]
[Middenboven:] HG.
[Handgeschreven in blauw potlood:] Verzonden 1/8
[Linksboven:]
77/33/3 M.
1
[Rechtsmidden:] 1 Augustus 1941.
[Linksmidden:]
Straf S.Roodveld, personeel
van kooper Centrale Markt.
[Rechtsonder het onderwerp:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 30 Juli jl. door den contrôleur B.Felthuis van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat S.Roodveld, wonende Nieuwe Uilenburgerstraat 42 I, alhier, wien als personeel van kooper J.Peper toegang tot de Centrale Markt is verleend, zich aldaar heeft schuldig gemaakt aan diefstal van ledige kisten, toebehoorende aan den grossier L.van Smeerdijk. Terzake van dit feit is proces-verbaal opgemaakt, terwijl Roodveld voornoemd, ingevolge het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, dezerzijds is gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van 14 dagen, namelijk van 1 tot en met 14 Augustus a.s.
Ik ben van meening, dat Roodveld in verband met den door hem gepleegden diefstal voor langeren tijd van de Centrale Markt moet worden geweerd en ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat Roodveld, in aansluiting op mijn straf, overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van bovenaangehaald artikel, door den Regeeringscommissaris voor Amsterdam wordt gestraft met ontneming van het bedoelde recht voor den tijd van 6 maanden, zulks met ingang van 15 Augustus a.s.
Roodveld voornoemd heeft zich tevoren op de Centrale Markt niet aan een strafbaar feit schuldig gemaakt.
De Directeur, Deze brief illustreert de strikte handhaving van de orde op de Amsterdamse Centrale Markt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een medewerker van een inkoper, S. Roodveld, is betrapt op het stelen van lege kisten van een grossier.
De directeur van de markt heeft de dader reeds een directe sanctie opgelegd (14 dagen ontzegging van toegang), maar acht dit onvoldoende. Hij doet een formeel verzoek aan de Wethouder voor Levensmiddelen om een veel zwaardere straf (6 maanden ontzegging) te laten opleggen door de Regeringscommissaris. Opmerkelijk is dat de directeur erkent dat Roodveld geen eerdere overtredingen heeft begaan, maar desondanks aandringt op een zware straf, wat tekenend is voor de verharding van het bestuur en de kritieke rol van de voedselvoorziening in 1941. Het document dateert van augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De genoemde "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" verwijst naar Edward Voûte, die na de Februaristaking door de bezetter was aangesteld om de stad met straffe hand te leiden.
De locatie van de verdachte is historisch zeer relevant: Nieuwe Uilenburgerstraat 42 I. Dit adres bevond zich in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) bevestigt dat op dit adres Salomon Roodveld (geboren 1904) woonde. Deze Salomon Roodveld werd in 1942 gedeporteerd en vermoord in Auschwitz. Dit document geeft een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd en de juridische vervolging van een individu in de periode vlak voordat de grootschalige deportaties begonnen. Het stelen van "ledige kisten" — wellicht voor brandhout of doorverkoop — werd hem door het bureaucratische apparaat zwaar aangerekend.