Proces-verbaal / Rapport van bevindingen
Origineel
Proces-verbaal / Rapport van bevindingen 16 april 1941 (betreft gebeurtenissen op 15 en 16 april 1941) No 77/12/1 M.1941 1/4
R A P P O R T
Op Dinsdag 15 April 1941, omstreeks 10.25 uur v.m., bevond ik, ondergeteekende controleur, mij met toezicht belast op pier A van de Centrale Markt, toen ik zag, dat twee mij van aanzien bekende koopers die mij later desgevraagd opgaven respectievelijk te zijn genaamd: K.W. Kreijt, oud 30 jaar en wonende Goudsbloemstraat 131 huis en J. Dijkstal, oud 60 jaar en wonende van Limburg-Stirumplein 26 II alhier, zich op verdachte wijze ophielden aan de achterzijde van pakhuis A.12, hetgeen ik hieruit afleidde, dat zij eenige malen voor bedoeld pakhuis heen en weer liepen en blijkbaar hun aandacht richtten op een stapel kisten, welke in genoemd pakhuis voor de geopende ingang stond. Nadat zij daar eenige oogenblikken hadden vertoefd, begaven beide personen zich naar de voorzijde van genoemd pakhuis ~~pakhuis~~, doch kwam even later kooper Kreijt aan de achterzijde terug liep op de besproken stapel kisten toe, nam daar eenige kisten af welke hij op een aldaar staande handkar laadde, dekte deze kisten met een zeil af, waarna hij zich verwijderde in de richting van de aardappelenkant evenwel zonder de besproken handkar. Hierna verscheen kooper Dijkstal weer aan de achterzijde van A.12 die zich vervolgens met de handkar en de kisten naar Barend van Dijk op pier C begaf en daar de door Kreijt weggenomen kisten inleverde. Inmiddels had ik mij eveneens naar Barend van Dijk begeven, die op mijn verzoek de kisten niet aan Dijkstal uitbetaalde. Naar aanleiding van hetgeen ik gezien had, heb ik, rapporteur, Dijkstal aangehouden en overgebracht naar het Kaartenbureau van de Centrale Markt alwaar hij mij omtrent de herkomst van de kisten het ~~volgen~~ verklaarde, dat hij deze moest inleveren bij Barend van Dijk voor kooper Kreijt, die deze kisten des smorgens van huis zou hebben medegenomen. Het statiegeld dat hij hiervoor zou ontvangen, zou hij dan aan Kreijt afdragen. De kar waarmede hij de kisten ~~was~~ had vervoerd, was zijn eigendom doch wordt, aldus Dijkstal, veelal door Kreijt met wien hij veelal samen doet, gebruikt.
Vervolgens heb ik, rapporteur aangehouden aan de aardappelenkant van de Centr: Markt kooper Kreijt en hem naar de portiersloge van de Centr: Markt overgebracht alwaar hij mij omtrent het geval met de genoemde kisten het volgende verklaarde: "Heden morgen omstreeks 9.30 uur, heb ik mij naar de Centrale Markt begeven, om bij verschillende grossiers ledige kisten in te leveren en om aardappelen te laden. Zoo heb ik bij den grossier van Belle op pier A 6 ledige Leidsche kisten ingeleverd en van hem het statiegeld hiervoor terug ontvangen. Bovendien had ik nog 7 kisten, eveneens afkomstig van de veiling te Leiden op mijn handkar, doch waar ik niet wist bij wien ik de handel gekocht had wilde ik ze later ook bij van Belle inleveren. Toen ik daarna weer bij zijn pakhuis aankwam, bleek hij reeds weg te zijn, waarop ik aan Dijkstal verzocht de 7 kisten voor mij te willen inleveren bij Barend van Dijk, opdat ik in dien tijd mijn aardappelen in ontvangst zou kunnen nemen. Dat ik de 7 kisten uit de loods van van Belle heb weggehaald ontken ik beslist".
Ondanks de verklaringen van Dijkstal en van Kreijt, heb ik rapporteur de besproken kisten toch inbeslaggenomen.
Op Woensdag 16 April 1941 hoorde ik den knecht van grossier van Belle genaamd [bijgeschreven: C. de Sloot] ~~Kromhout~~, die mij nadat ik hem had gevraagd of zijn baas soms kisten vermiste, direct verklaarde, dat er 7 Leidsche kisten verdwenen waren van een stapel, welke hij, ~~Kromhout~~, daar zelf had opgetast. Vervolgens heb ik grossier van Belle van dit geval in kennis gesteld, die mij daarna aangifte deed.
6 van de ~~besproke~~ besproken kisten heb ik aan van Belle terug gegeven doch één daarvan inbeslag gehouden. De Toegangskaarten van Dijkstal en van Kreijt gaan hierbij. Zij nog vermeld, dat Kreijt zich op 20 Februari 1939 op de Centrale Markt heeft schuldig gemaakt aan diefstal van aardappelen en deswege voor drie maanden onvoorwaardelijk van de Markt uitgesloten is geweest, terwijl drie maanden nog zouden worden opgelegd, indien hij zich voor 8 Maart 1941 aan een strafbaar feit zou schuldig maken.
Amsterdam 16 April 1941
Controleur,
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.
[Handtekening: S. Elshof]
[Handgeschreven notities in rood en zwart onderaan:]
pro b.
von luidt:
14 dagn + vonnis w. Wett.
77/12/2 Kreijt
3 Dijkstal
17/4/41 AS
16-7-41 Kreijt half jaar, Dijkstal 4 maanden Dit document is een ambtelijk rapport opgesteld door een controleur van de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Het verslag beschrijft een heterdaadje van diefstal van zeven zogenaamde "Leidsche kisten" (veilingkisten).
De kern van de zaak is de discrepantie tussen de verklaringen van de verdachten en de waarnemingen van de controleur:
1. Observatie: De controleur ziet Kreijt de kisten van een stapel bij pakhuis A.12 pakken en op een kar laden, waarna Dijkstal de kar naar een andere handelaar (Barend van Dijk) brengt om het statiegeld te innen.
2. Verklaring Dijkstal: Beweert dat Kreijt de kisten van huis had meegebracht.
3. Verklaring Kreijt: Beweert dat hij de kisten al bij zich had van een eerdere veiling in Leiden en ze enkel tijdelijk had geparkeerd.
4. Bewijs: De knecht van grossier Van Belle (C. de Sloot) bevestigt dat er exact zeven kisten van zijn stapel ontbreken.
Uit de handgeschreven krabbels onderaan blijkt de juridische afwikkeling: Kreijt, die een recidive-aantekening had uit 1939, kreeg een zwaardere straf (6 maanden) dan Dijkstal (4 maanden). De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was in 1941 een cruciale schakel in de voedselvoorziening van Amsterdam. Tijdens de bezettingsjaren was er sprake van toenemende schaarste en strikte distributieregels.
Diefstal van verpakkingsmateriaal zoals houten kisten was een veelvoorkomend probleem. Deze kisten hadden niet alleen een intrinsieke waarde (het statiegeld), maar waren ook essentieel voor het transport van schaars geworden goederen. Het Marktwezen trad streng op tegen dergelijke vergrijpen om de orde op de markt te handhaven. De vermelding van de "Toegangskaarten" die werden ingenomen, geeft aan dat een veroordeling vaak leidde tot een beroepsverbod of ontzegging van de toegang tot het marktterrein, wat voor handelaren een zware economische sanctie betekende.