Archief 745
Inventaris 745-364
Pagina 18
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Proces-verbaal van de politie.

15 april 1941. Dossier: 77/12/4

Origineel

Proces-verbaal van de politie. 15 april 1941. [Links boven:]
PRO JUSTITIA
Marktwezen No. 77/12/4 M.
POLITIE TE AMSTERDAM
2e sectie 2e afdeeling.
No. .......

[Rechts boven:]
PROCES-VERBAAL.

[Stempel links:]
Gezien
[Handtekening/Paraaf]

[Linker kolom:]
Proces-verbaal contra Karel Willem Kreijt, oud 30 jaar, koopman, wonende Goudsbloemstraat 131 hs te Amsterdam-C., verdacht van diefstal van 7 ledige kisten, gepleegd op 15 April 1941 op de Centrale Markt te Amsterdam en contra Johannes Dijkstal, oud 60 jaar, koopman, wonende Van Limburg Stirumplein 26 te Amsterdam-W., verdacht van medeplichtigheid aan dien diefstal, ten nadeele van Oene van Belle, oud 42 jaar, grossier in groenten, gevestigd in pakhuis A 12 van de Centrale Markt en wonende Langevaart 12 te Rijnsburg (Z.H.).

[Rechter kolom:]
Ik, ondergeteekende, Barend Pelthuis, ambtenaar bij het Marktwezen te Amsterdam, tevens onbezoldigd veldwachter dezer gemeente, dienstdoende aan de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat alhier, verklaar op Dinsdag den 15en April 1941 des voormiddags omstreeks 10.30 uur, terwijl ik mij met toezicht belast bevond op pier A van de Centrale Markt tegenover de achterzijde van pakhuis A 3, het navolgende te hebben gezien.
"Op datum en tijd voornoemd stond aan de achterzijde van pakhuis A 12 op pier A een handkar, waarop zich eenige ledige zakken en een dekkleed

[Vervolg over de gehele breedte:]
bevonden, terwijl zich daar tevens twee mij van aanzien bekende koopers, die mij later desgevraagd opgaven respectievelijk te zijn genaamd: Karel Willem Kreijt, geboren te Amsterdam, 7 November 1910, koopman van beroep en wonende Goudsbloemstraat 131 huis te Amsterdam-C. en Johannes Dijkstal, geboren te Amsterdam, 18 Augustus 1880, koopman en wonende Van Limburg Stirumplein 26 II te Amsterdam-W., op min of meer verdachte wijze ophielden, hetgeen ik, verbalisant afleidde uit het feit, dat beide personen eenige malen langs bedoelde pakhuis heen en weer liepen, terwijl zij blijkbaar hun aandacht richtten op een stapel ledige kisten, welke in genoemd pakhuis stond en die, doordat het pakhuis aan deze zijde niet gesloten was, duidelijk zichtbaar was. Nadat Kreijt en Dijkstal zich eenige oogenblikken aan de achterzijde van genoemd pakhuis hadden opgehouden, begaven zij zich blijkbaar naar de voorzijde van het pakhuizencomplex op pier A. Eenige momenten daarna zag ik, verbalisant, dat Kreijt weer aan de achterzijde van pakhuis A 12 verscheen en thans op de stapel ledige kisten, welke zich in dit pakhuis bevond, toetrad, hiervan tot twee maal toe een gedeelte kisten wegnam en deze kisten op de reeds genoemde handkar laadde, waarna hij zich, zonder deze handkar mede te nemen, verwijderde naar de aardappelen-zijde van de Centrale Markt. Nadat Kreijt vertrokken was, verscheen Dijkstal aan de achterzijde van pakhuis A 12, die de handkar, waar Kreijt de kisten opgeladen had, wegreed en zich hiermede begaf naar pier C van de Centrale Markt, waarheen ik hem ongemerkt volgde. Vervolgens zag ik, dat Dijkstal op pier C de bedoelde kisten inleverde bij den mij bekenden Barend van Dijk, die aldaar een kistencentrale heeft en van de kooplieden tegen eenige vergoeding gangbaar ledig fust in ontvangst neemt. Op het moment, dat Dijkstal het statiegeld voor de ledige kisten van Van Dijk in ontvangst wilde nemen, trad ik op hem toe en verzocht aan Van Dijk het bedrag nog niet aan Dijkstal uit te betalen, terwijl ik aan Dijkstal vroeg, waar hij de kisten vandaan had, die hij zoo juist had ingeleverd. Hij verklaarde mij toen, dat hij dit deed voor kooper Kreijt, die de kisten des morgens van huis zou hebben medegenomen. Op grond van hetgeen ik, verbalisant, had gezien, heb ik Dijkstal toen aangehouden en overgebracht naar het Kaartenbureau van de Centrale Markt, alwaar ik hem voorloopig heb gehoord, terwijl ik de kisten (7 stuks), welke Dijkstal bij Van Dijk had ingeleverd en die van de groentenveiling te Leiden afkomstig bleken te zijn, in beslag heb genomen. Omtrent de herkomst van deze kisten verklaarde Dijkstal mij thans het volgende: "Hedenmorgen bevond ik mij met kooper Kreijt op pier A van de Centrale Markt, alwaar hij bij verschillende grossiers van wie hij op Zaterdag 12 April jl. handel had gekocht ledige kisten inleverde. Deze kisten bevonden zich op mijn handkar, waarvan Kreijt wel meer gebruik maakt. Daar hij nog door hem gekochte aardappelen in ontvangst moest nemen, verzocht hij mij de ledige kisten, welke zich nog op mijn handkar bevonden voor hem in te leveren bij Barend van Dijk op pier C, hetgeen ik dan ook heb gedaan. Hierna zou ik mij naar de aardappelenkant van de Centrale Markt begeven om Kreijt de kar te brengen en hem het statiegeld van de kisten te overhandigen. De kisten, welke U mij vertoont (ik, verbalisant, vertoon aan Dijkstal de door mij inbeslaggenomen kisten) herken ik als dezelfde, welke ik zoo juist bij Van Dijk heb ingeleverd.

Terwijl ik, verbalisant, Dijkstal voorloopig in het Kaartenbureau * Juridische context: Het document is een officieel proces-verbaal ("Pro Justitia") opgesteld door een opsporingsambtenaar (veldwachter). Het beschrijft een heterdaadje van diefstal en medeplichtigheid.
* Modus Operandi: De verdachten (Kreijt en Dijkstal) werken samen. Kreijt haalt de kisten uit een niet-afgesloten pakhuis (A 12) en laadt ze op een handkar. Dijkstal fungeert als 'transporteur' en probeert de kisten direct om te zetten in contant geld door ze in te leveren bij een kistencentrale voor het statiegeld.
* Bewijsvoering: De verbalisant (Pelthuis) heeft de gehele handeling geobserveerd vanaf een tegenovergelegen pier. De kisten worden fysiek in beslag genomen en herkend aan hun herkomst (veiling Leiden).
* Verdediging: Dijkstal probeert zich te verweren door te stellen dat hij in opdracht van Kreijt handelde en dacht dat de kisten legaal eigendom waren van Kreijt (meegebracht van huis). * Locatie: De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934, tegenwoordig bekend als het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was en is de spil in de voedselvoorziening van de stad.
* Tijdsbeeld: Het voorval vindt plaats in april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode van toenemende schaarste kregen goederen zoals verpakkingsmateriaal en houten kisten een hogere waarde. Het frauderen met of stelen van fust om statiegeld te innen was een vaker voorkomend vergrijp.
* Sociale structuur: De betrokkenen worden aangeduid als "koopman", wat in die tijd een brede categorie was voor zelfstandige handelaren op de markt. De rollen van "grossier", "kooper" en "veldwachter" schetsen de dagelijkse hiërarchie en dynamiek op het marktterrein. A. Eenige Marktwezen Politie

Samenvatting

  • Juridische context: Het document is een officieel proces-verbaal ("Pro Justitia") opgesteld door een opsporingsambtenaar (veldwachter). Het beschrijft een heterdaadje van diefstal en medeplichtigheid.
  • Modus Operandi: De verdachten (Kreijt en Dijkstal) werken samen. Kreijt haalt de kisten uit een niet-afgesloten pakhuis (A 12) en laadt ze op een handkar. Dijkstal fungeert als 'transporteur' en probeert de kisten direct om te zetten in contant geld door ze in te leveren bij een kistencentrale voor het statiegeld.
  • Bewijsvoering: De verbalisant (Pelthuis) heeft de gehele handeling geobserveerd vanaf een tegenovergelegen pier. De kisten worden fysiek in beslag genomen en herkend aan hun herkomst (veiling Leiden).
  • Verdediging: Dijkstal probeert zich te verweren door te stellen dat hij in opdracht van Kreijt handelde en dacht dat de kisten legaal eigendom waren van Kreijt (meegebracht van huis).

Historische Context

  • Locatie: De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934, tegenwoordig bekend als het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was en is de spil in de voedselvoorziening van de stad.
  • Tijdsbeeld: Het voorval vindt plaats in april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode van toenemende schaarste kregen goederen zoals verpakkingsmateriaal en houten kisten een hogere waarde. Het frauderen met of stelen van fust om statiegeld te innen was een vaker voorkomend vergrijp.
  • Sociale structuur: De betrokkenen worden aangeduid als "koopman", wat in die tijd een brede categorie was voor zelfstandige handelaren op de markt. De rollen van "grossier", "kooper" en "veldwachter" schetsen de dagelijkse hiërarchie en dynamiek op het marktterrein.

Genoemde Personen 1

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Bloem Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Wild

Thema's

Dwang/Vordering Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen Politie

Gerelateerde Documenten 6