Proces-verbaal (getuigenverklaringen en aangifte), bladzijde 2.
Origineel
Proces-verbaal (getuigenverklaringen en aangifte), bladzijde 2. -2-
fruithandelaar Hendrik Blanken en heb ik als zoodanig toegang tot de Centrale Markt. Mijn werkzaamheden bestaan ondermeer uit het inleveren van ledige kisten van fruit, hetwelk mijn vader heeft verkocht en in het van de Centrale Markt vervoeren van fruit, hetwelk mijn vader bij verschillende grossiers inkoopt. Toen ik mij nu op Donderdag, 14 Augustus 1941 omstreeks 8 uur v.m. op de Centrale Markt bevond met de driewielige bakfiets, werd ik aldaar aangesproken door een mij onbekend persoon, die mij verzocht om voor hem een partij ledige kisten in te leveren bij Barend van Dijk op pier C van de Centrale Markt, welke Barend van Dijk aldaar een kistencentrale heeft en van kooplieden tegen eenige vergoeding ledige kisten in ontvangst neemt. De kisten, welke ik voor den mij onbekenden persoon moest inleveren stonden, naar hij mij verklaarde, op het achterterrein van de Centrale Markt langs den Oostelijken spoorbaan. Aan het verzoek van dezen persoon heb ik gevolg gegeven en heb van een partij kisten, welke op de door hem aangegeven plaats stonden, twintig kisten afgenomen, deze op mijn driewielige bakfiets geladen en ingeleverd bij Barend van Dijk, op naam van kooper Uriot. Deze Uriot koopt veelal samen met mijn vader op de Centrale Markt en lever ik voor hem, Uriot, wel meer kisten in bij Barend van Dijk. Het geld, dat ik hiervoor ontving, heb ik toen aan dezen persoon afgegeven en van hem voor mijn moeite een gulden gekregen. Toen ik mij op Zaterdag 16 Augustus 1941 omstreeks 7.30 uur v.m. weer op de Centrale Markt bevond, kwam wederom den mij onbekenden persoon op mij toe en vroeg of ik nogmaals voor hem een partij ledige kisten wilde inleveren, welke kisten weer op dezelfde plaats stonden als de vorige maal. Van de stapel, welke, zooals mij bleek, eveneens op de reeds aangeduide plaats stond, heb ik toen veertien kisten afgenomen. Eerst moest ik voor den onbekenden persoon deze kisten neerzetten aan de voorzijde van het Hoofdgebouw van de Centrale Markt, doch even later verzocht hij mij de kisten toch maar in te leveren bij Barend van Dijk. Nadat ik ook dit gedaan had op naam van genoemden Uriot en aan den mij onbekenden man het statiegeld van de kisten had overhandigd, kreeg ik wederom van hem een gulden voor mijn moeite. Ook voor andere kooplieden heb ik wel eens een vrachtje vervoerd van de Centrale Markt en was daarom ook in deze beide gevallen van meening, dat het wel goed was. Zooals U mij thans mededeelt behoorden deze kisten aan de B.V. Nederlandsche Veiling van Land- en Tuinbouwproducten "Amsterdam" en niet aan den onbekenden man, voor wien ik de kisten had weggenomen en ingeleverd. Aan mijn vader heb ik van deze gevallen echter niets verteld. Zooals ik U reeds zeide is de naam van den bedoelden persoon mij niet bekend en weet ik evenmin of hij wel een koopman is, doch bij wederzien zal het mij wel mogelijk zijn hem te herkennen. Misschien heeft hij nu al gemerkt, dat hij vastloopt en zal zich daarom wel niet meer laten zien. Had ik geweten, dat de zaak niet goed was, dan had ik mij vast niet met dien man ingelaten en aan zijn verzoek geen gevolg gegeven. Ik kan U nog verklaren, dat ik voordien nog nimmer met de Justitie in aanraking ben geweest."
Vervolgens hoorde ik, verbalisant, een mij bekend persoon, die mij desgevraagd opgaf te zijn genaamd: Pieter Uriot, oud 41 jaar, koopman en wonende Albert Cuypstraat 125 te Amsterdam-Zuid, die mij, nadat ik hem Blanken had vertoond, het volgende verklaarde: "Met den vader van den persoon, die U mij vertoont, doe ik op de Centrale Markt samen wel eens mijn inkoopen. Hierdoor gebeurt het wel, dat deze jongen dan voor mij ledige kisten inlevert bij Barend van Dijk op pier C van de Centrale Markt. Dat hij op Donderdag 14 en Zaterdag 16 Augustus op mijn naam ledige kisten heeft ingeleverd bij Barend van Dijk was mij niet bekend, ik had hem daartoe geen opdracht gegeven."
Daarna hoorde ik, verbalisant, nog Cornelis Hendrik Blanken, oud 50 jaar, koopman in fruit, wonende 2e Jacob van Campenstraat 126 I te Amsterdam, die mij verklaarde niet te hebben geweten, dat zijn zoon Willem Blanken, op Donderdag 14 Augustus 1941 en op Zaterdag 16 Augustus 1941 op de Centrale Markt kisten had ingeleverd voor een ander, noch dat hij, zijn zoon, hiervoor tezamen twee gulden had ontvangen. Dat zijn zoon voordien voor andere kooplieden wel eens een vrachtje had vervoerd, was hem wel bekend.
Hoewel ik, verbalisant, met Willem Blanken op Maandag 18 Augustus 1941 en op Dinsdag 19 Augustus 1941 tijdens de markturen op de Centrale Markt ben geweest, was de onbekende opdrachtgever daar blijkbaar niet aanwezig, althans Blanken heeft hem niet gezien. Tenslotte hoorde ik, verbalisant, nog Jan Kluft, oud 40 jaar, procuratiehouder van de B.V. Nederlandsche Veiling van Land- en Tuinbouwproducten "Amsterdam", kantoorhoudende Centrale Markt alhier en wonende Van Tuyll van Serooskerkenplein 29 te Amsterdam-Zuid, die mij, nadat ik hem van het vorenstaande in kennis had gesteld, aangifte deed en als volgt verklaarde: "Door het personeel van onze B.V. wordt dagelijks groenten, bestemd voor den export, op de Centrale Markt in spoorwagons geladen, welke wagons staan op den Oostelijkspoorbaan van het achterterrein. De groenten, die uit de kisten komt wordt daar zonder emballage in geladen, terwijl de ledige kisten voorloopig op Dit document is een verslag van een onderzoek naar de onrechtmatige toe-eigening van veilingkisten. De kern van de zaak is dat een jonge man, Willem Blanken, door een onbekende man werd misleid om kisten die toebehoorden aan de "Nederlandsche Veiling" in te leveren bij een kistencentrale (Barend van Dijk).
- De Modus Operandi: De onbekende dader maakte gebruik van de onwetendheid van een jonge hulpkracht (Blanken) en misbruikte de naam van een bonafide koopman (Uriot) om het statiegeld van gestolen kisten te innen.
- De Verklaringen: Zowel de koopman (Uriot) als de vader van de jongen (Cornelis Blanken) ontkennen betrokkenheid of voorkennis. De jongen zelf verklaart te goeder trouw te hebben gehandeld voor een kleine vergoeding (één gulden per keer).
-
De Aangifte: Jan Kluft, namens de veiling, legt uit hoe de kisten vrijkwamen: groenten werden voor export in spoorwagons overgeladen, waarbij de kisten (emballage) tijdelijk onbeheerd op het achterterrein achterbleven. Het document dateert van augustus 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een groeiende schaarste aan materialen, waaronder verpakkingsmiddelen zoals houten kisten. De "Centrale Markthallen" in Amsterdam-West vormden het kloppende hart van de voedseldistributie.
-
Justitiële Context: Het taalgebruik is formeel-ambtelijk ("hetwelk", "zoodanig", "den mij onbekenden persoon").
- Sociaal-Economisch: Een gulden was in 1941 een aanzienlijk bedrag voor een jongere (ter vergelijking: een brood kostte destijds ongeveer 20 cent). Dit verklaart waarom de jongen bereid was de klus uit te voeren.
- Locatie: De genoemde adressen (Albert Cuypstraat, 2e Jacob van Campenstraat) liggen in de Amsterdamse Pijp, een wijk die nauw verbonden was met de markthandel. De "Oostelijke spoorbaan" verwijst naar de spooraansluitingen op het marktterrein zelf, waar goederen direct van de trein op de markt (of andersom) konden worden overgeladen.