Getypte brief (doorslag of kopie op dun papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie op dun papier). 29 augustus 1941. De Directeur (van de Centrale Markt Amsterdam). Den Heer J.A.Chr. Pieterman, Amsterdam. [Handgeschreven in blauw potlood, linksboven:] Amsterdam 29/8-'41
[Handgeschreven in blauw potlood, rechtsboven:] In. M. [onleesbaar, mogelijk Brum of Bruin]
[Getypt:]
HG.
den Heer J.A.Chr.Pieterman,
M.H.Trompstraat 2 II,
Amsterdam-West.
Wijk 26.
77/50/3 M. 29 Augustus 1941.
Mij is gerapporteerd, dat U op Zaterdag 23 Augustus jl. op de Centrale Markt, terwijl U als personeel van grossier C.de Jong toegang tot die markt is verleend, is opgetreden als grossier, doordat U, zonder dat U daartoe een plaats is aangewezen, pronkboonen heeft gekocht van den commissionnair P.Koeleman, welke pronkboonen door U voor den verkoop waren bestemd. Hierdoor heeft U het bepaalde in artikel 12 van het Reglement op de Centrale Markt overtreden.
In verband hiermede bericht ik U, dat ik U, ingevolge het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, wegens het verstoren van de orde op die markt, heb gestraft met ontneming van het recht van toegang voor den tijd van veertien dagen, namelijk van Maandag 1 tot en met Zondag 14 September a.s., terwijl aan den heer Regeeringscommissaris voor Amsterdam de vraag zal worden voorgelegd, of U voor langeren tijd behoort te worden uitgesloten.
De Directeur, Deze brief betreft een officiële disciplinaire maatregel tegen de heer Pieterman, die werkzaam was voor een grossier op de Centrale Markt in Amsterdam. De overtreding bestond uit het zelfstandig inkopen van handel (pronkbonen) zonder dat hij daar als individu de bevoegdheid of een toegewezen standplaats voor had. In feite dreef hij buiten zijn werkgever om handel op de markt.
De straf is een ontzegging van de toegang tot de markt voor de duur van twee weken. De zaak wordt bovendien geëscaleerd naar de Regeringscommissaris om te bepalen of een langduriger verbod noodzakelijk is. Het document illustreert de strikte handhaving van de marktregels en de hiërarchische structuur van de voedseldistributie in die tijd. De brief is geschreven in augustus 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam was een vitaal knooppunt voor de voedselvoorziening. Vanwege de oorlogsomstandigheden en de toenemende schaarste was de handel aan zeer strenge regels gebonden om zwarte handel en prijsopdrijving te voorkomen.
De verwijzing naar de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is kenmerkend voor de bestuurlijke situatie tijdens de bezetting; de democratische gemeenteraad was door de bezetter ontbonden en de stad stond onder direct toezicht van een door de Duitsers goedgekeurde regeringscommissaris (aanvankelijk Edward Voûte). Elke verstoring van de economische orde, hoe klein ook (zoals het illegaal opkopen van een partij bonen), werd in deze context hoog opgenomen.