Archief 745
Inventaris 745-364
Pagina 398
Jaar 1941
Stadsarchief

Getuige-verklaringen en aangifte (onderdeel van een proces-verbaal).

27 en 29 september 1941.

Origineel

Getuige-verklaringen en aangifte (onderdeel van een proces-verbaal). 27 en 29 september 1941. Hierna hoorde ik genoemden Tuin, die mij, nadat ik ook hem de foto van Herman Gijsen had vertoond, het volgende verklaarde: "Hedenmorgen omstreeks 9 uur v.m. bevond ik mij in het Halgebouw van de Centrale Markt, toen de mij bekende Herman Gijsen, van wien U mij zoo juist een foto hebt vertoond, op mij toetrad en mij vroeg of ik bij Barend van Dijk f 21.56 in ontvangst wilde nemen van ledige kisten, welke hij, Gijsen, aldaar op mijn naam had ingeleverd. Gijsen verklaarde mij nog, dat hij deze kisten had ingeleverd voor een hem onbekend persoon, reden waarom hij mijn naam bij Van Dijk had opgegeven. Hierbij zou Van Dijk hebben gezegd, dat ik dan zelf het statiegeld in ontvangst moest komen nemen. Waar Gijsen voor mij wel eens een vrachtje heeft gedaan, meende ik, dat het wel goed was en heb aan zijn verzoek gevolg gegeven en bij Van Dijk f 21.56 in ontvangst genomen. Toen ik mij, nadat ik het geld aan Gijsen had overgedragen, wilde verwijderen, vroeg Van Dijk mij waar of zich mijn handkar bevond en deelde ik hem mede, dat deze in het Halgebouw van de Centrale Markt stond. Blijkbaar heeft dit bij Van Dijk argwaan gewekt, want hij deelde mij mede, dat de handkar waar Gijsen de ingeleverde kisten had afgenomen nog bij zijn opslagplaats op pier C stond. Hoe het ook zij, was het alleen naar mijn bedoeling om Gijsen ter wille te zijn. Op welke wijze hij aan de kisten en de kar gekomen was zou ik U niet kunnen zeggen. Ik had Gijsen geen opdracht gegeven om voor mij of op mijn naam ledige kisten in te leveren bij Van Dijk."

Bevoorloopig door mij te zijn gehoord heb ik, verbalisant, Tuin weer heengezonden.

Op Zaterdag 27 September 1941 omstreeks 11 uur v.m. verscheen voor mij in het Kaartjeskantoor van de Centrale Markt een mij bekend persoon, die mij later desgevraagd opgaf te zijn genaamd: Cornelis Johannes Robbë, oud 41 jaar, koopman en wonende Bartholomeus Diazstraat 8 I te Amsterdam-West, die mij aangifte deed en als volgt verklaarde: "Hedenmorgen omstreeks 8 uur v.m. heb ik mijn handkar, geladen met ledige kisten ter waarde van f 42,- door mijn kruier, genaamd Jan de Bruijn, laten brengen naar de Jan van Galenstraat voor het Hallentheater. Ik zelf heb mij op het terrein van de Centrale Markt begeven om eerst mijn inkoopen te doen en de besproken handkar onbeheerd op de hierboven genoemde plaats laten staan. Toen ik om ongeveer 9.30 uur v.m. op deze plaats kwam, bleek mij, dat de kar met kisten was verdwenen. Ik ben toen direct naar de Centrale Markt gegaan om te zien of mijn kar zich daar soms bevond, doch ontdekte haar niet. Bij informatie vernam ik, dat een zekeren Gijsen hedenmorgen bij Barend van Dijk, die een kistencentrale heeft op pier C, een partij ledige kisten had ingeleverd, doch niet zou hebben geweten, voor wien hij dit had moeten doen. Ik ken iemand, die Gijsen heet en waarvan het mij bekend is, dat hij zich veelal op de dagmarkt in de Jan Galenstraat ophoudt. Ik acht het niet uitgesloten, dat hij degene is, die mijn kar uit de Jan van Galenstraat heeft weggenomen en mijn kisten bij Barend van Dijk heeft ingeleverd. De kar, waarop de kisten zich bevonden, had ik in huur van den karrenbaas A.v.d.Berg, gevestigd in de Borgerstraat alhier en wordt geregeld door mij gebruikt. Deze kar is gemerkt J.H.B.96, terwijl op de landbak ook nog vermeld staat de naam en het adres van Van der Berg. Ik verzoek U een onderzoek te willen doen en indien hiertoe termen aanwezig, tegen de eventueele daders een strafrechtelijke vervolging in te stellen. Na voorlezing volhard ik bij deze verklaring en teeken haar met U."

[Handtekening Robbë] [Handtekening Verbalisant]

Naar aanleiding van deze aangifte vertoonde ik, verbalisant, de foto van meergenoemden Gijsen aan Robbë en herkende hij Gijsen als den door hem bedoelde.

Op Maandag 29 September 1941 deelde Robbë mij mede, dat hij zijn handkar terug had gevonden op het terrein van de Centrale Markt, zonder kisten.

De handkar had hij teruggebracht naar den karrenbaas Van der Berg in de Borgerstraat alhier. Ik, verbalisant, heb mij toen naar perceel no. 55 in de Borgerstraat alhier begeven, alwaar is gevestigd een karrenverhuurderij. De eigenaar van deze karrenverhuurderij, die mij desgevraagd opgaf te zijn genaamd: Arie van den Berg, oud 46 jaar, karrenverhuurder en wonende Hazenstraat 224 te Amsterdam-Centrum vertoonde mij een hand... [einde pagina] Het document is een verslag van een politioneel onderzoek naar een alledaags vergrijp op de Amsterdamse Centrale Markt tijdens de bezettingsjaren. De kern van de zaak is de ontvreemding van een handkar vol lege kisten.

  • De Modus Operandi: Herman Gijsen wordt ervan verdacht een onbeheerde handkar van koopman Robbë te hebben meegenomen. Hij leverde de kisten in bij een kistencentrale (Barend van Dijk) om het statiegeld (f 21.56) te incasseren. Om buiten schot te blijven, vroeg hij een bekende (Tuin) om het geld op diens naam te innen, onder het voorwendsel dat hij dit voor een onbekende deed.
  • Conflict in verklaringen: De verdenking wordt versterkt doordat Gijsen tegen Van Dijk zei dat de kar van Tuin was, terwijl hij tegen Tuin zei dat hij voor een vreemde werkte. De oplettendheid van kistenhandelaar Van Dijk, die merkte dat de kar op een andere plek stond dan Tuin beweerde, leidde tot de ontmaskering.
  • Materiële schade: De waarde van de kisten werd geschat op 42 gulden, een aanzienlijk bedrag in 1941 (ter vergelijking: het statiegeld alleen al was ruim 21 gulden). Dit document biedt een inkijkje in de logistiek en de micro-economie van de Amsterdamse voedselvoorziening in 1941.

  • De Centrale Markt: De huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat was toen het kloppende hart van de handel. Het gebruik van "kruiers" en gehuurde handkarren was de standaardmethode voor transport over korte afstanden.

  • Oorlogstijd: Hoewel Nederland bezet was, ging het gewone leven en de criminaliteit door. De politie hield zich nog steeds bezig met civiele zaken zoals diefstal van emballage. De nauwkeurigheid van het proces-verbaal, inclusief het gebruik van foto-identificatie, toont de bureaucratische continuïteit van het politieapparaat.
  • Karrenverhuurders: De vermelding van karrenbaas A.v.d. Berg in de Borgerstraat (Oud-West) herinnert aan een verdwenen beroepsgroep. Handkarren waren genummerd en voorzien van adresgegevens van de eigenaar, vergelijkbaar met moderne kentekens, wat hielp bij het opsporen van gestolen materieel.

Samenvatting

Het document is een verslag van een politioneel onderzoek naar een alledaags vergrijp op de Amsterdamse Centrale Markt tijdens de bezettingsjaren. De kern van de zaak is de ontvreemding van een handkar vol lege kisten.

  • De Modus Operandi: Herman Gijsen wordt ervan verdacht een onbeheerde handkar van koopman Robbë te hebben meegenomen. Hij leverde de kisten in bij een kistencentrale (Barend van Dijk) om het statiegeld (f 21.56) te incasseren. Om buiten schot te blijven, vroeg hij een bekende (Tuin) om het geld op diens naam te innen, onder het voorwendsel dat hij dit voor een onbekende deed.
  • Conflict in verklaringen: De verdenking wordt versterkt doordat Gijsen tegen Van Dijk zei dat de kar van Tuin was, terwijl hij tegen Tuin zei dat hij voor een vreemde werkte. De oplettendheid van kistenhandelaar Van Dijk, die merkte dat de kar op een andere plek stond dan Tuin beweerde, leidde tot de ontmaskering.
  • Materiële schade: De waarde van de kisten werd geschat op 42 gulden, een aanzienlijk bedrag in 1941 (ter vergelijking: het statiegeld alleen al was ruim 21 gulden).

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de logistiek en de micro-economie van de Amsterdamse voedselvoorziening in 1941.

  • De Centrale Markt: De huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat was toen het kloppende hart van de handel. Het gebruik van "kruiers" en gehuurde handkarren was de standaardmethode voor transport over korte afstanden.
  • Oorlogstijd: Hoewel Nederland bezet was, ging het gewone leven en de criminaliteit door. De politie hield zich nog steeds bezig met civiele zaken zoals diefstal van emballage. De nauwkeurigheid van het proces-verbaal, inclusief het gebruik van foto-identificatie, toont de bureaucratische continuïteit van het politieapparaat.
  • Karrenverhuurders: De vermelding van karrenbaas A.v.d. Berg in de Borgerstraat (Oud-West) herinnert aan een verdwenen beroepsgroep. Handkarren waren genummerd en voorzien van adresgegevens van de eigenaar, vergelijkbaar met moderne kentekens, wat hielp bij het opsporen van gestolen materieel.

Locaties

Amsterdam (o.a. Centrale Markt Jan van Galenstraat Borgerstraat).

Gerelateerde Documenten 6