Archief 745
Inventaris 745-365
Pagina 316
Dossier 90
Jaar 1941
Stadsarchief

Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie).

25 februari 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Marktdienst Amsterdam). Aan: Den Heer J.M. Keus, Van Ostadestraat 111 bel-etage, Amsterdam-Zuid.

Origineel

Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie). 25 februari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Marktdienst Amsterdam). Den Heer J.M. Keus, Van Ostadestraat 111 bel-etage, Amsterdam-Zuid. extra (handgeschreven)

HG. (stempel/initialen rechtsboven)

den Heer J.M.Keus,
Van Ostadestraat 111 belet..
Amsterdam-Zuid.

Wijk 22.

90/7/2 M. 25 Februari 1941.

Naar aanleiding van Uw brief ingekomen op 7 Februari jl. verleen ik U hierbij vrijstelling van Uw verplichting om Uw plaats op de markt Mosplein regelmatig te bezetten, gedurende den tijd dat U in Frankrijk werkt.

U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.

De Directeur, Het document is een zakelijke mededeling waarin een marktkoopman, de heer J.M. Keus, toestemming krijgt om zijn vaste staanplaats op de markt aan het Mosplein (Amsterdam-Noord) tijdelijk niet te bezetten. De reden hiervoor is dat de geadresseerde werkzaamheden verricht in Frankrijk.

De vrijstelling is echter voorwaardelijk: het verschuldigde marktgeld (de sta-gelden) moet wekelijks blijven worden voldaan aan de dienstdoende ambtenaar. Dit suggereert dat de heer Keus waarschijnlijk iemand anders heeft aangesteld om de betalingen te verrichten, of dat de administratie van het marktwezen een strikt regime voerde om inkomsten en standplaatsrechten te waarborgen. De aantekening "extra" bovenaan kan duiden op een kopie voor een specifiek dossier of een afwijkende status van het dossier. De datum van de brief, 25 februari 1941, is historisch zeer saillant. Dit is de dag dat in Amsterdam de Februaristaking uitbrak als protest tegen de Jodenvervolging. Terwijl de stad in rep en roer was, ging de ambtelijke bureaucratie van het marktwezen schijnbaar onverstoorbaar door met de dagelijkse gang van zaken.

De vermelding dat de heer Keus "in Frankrijk werkt" is kenmerkend voor de periode van de Duitse bezetting. Veel Nederlandse arbeiders werden (aanvankelijk vaak nog vrijwillig of via contracten) ingezet voor werkzaamheden in het buitenland, bijvoorbeeld voor de Organisation Todt aan de Atlantikwall of in de Franse industrie die onder Duits toezicht stond. Om hun rechten in Nederland (zoals een felbegeerde marktkraamlocatie) niet te verliezen, moesten zij officiële ontheffingen aanvragen bij de gemeentelijke instanties.

Samenvatting

Het document is een zakelijke mededeling waarin een marktkoopman, de heer J.M. Keus, toestemming krijgt om zijn vaste staanplaats op de markt aan het Mosplein (Amsterdam-Noord) tijdelijk niet te bezetten. De reden hiervoor is dat de geadresseerde werkzaamheden verricht in Frankrijk.

De vrijstelling is echter voorwaardelijk: het verschuldigde marktgeld (de sta-gelden) moet wekelijks blijven worden voldaan aan de dienstdoende ambtenaar. Dit suggereert dat de heer Keus waarschijnlijk iemand anders heeft aangesteld om de betalingen te verrichten, of dat de administratie van het marktwezen een strikt regime voerde om inkomsten en standplaatsrechten te waarborgen. De aantekening "extra" bovenaan kan duiden op een kopie voor een specifiek dossier of een afwijkende status van het dossier.

Historische Context

De datum van de brief, 25 februari 1941, is historisch zeer saillant. Dit is de dag dat in Amsterdam de Februaristaking uitbrak als protest tegen de Jodenvervolging. Terwijl de stad in rep en roer was, ging de ambtelijke bureaucratie van het marktwezen schijnbaar onverstoorbaar door met de dagelijkse gang van zaken.

De vermelding dat de heer Keus "in Frankrijk werkt" is kenmerkend voor de periode van de Duitse bezetting. Veel Nederlandse arbeiders werden (aanvankelijk vaak nog vrijwillig of via contracten) ingezet voor werkzaamheden in het buitenland, bijvoorbeeld voor de Organisation Todt aan de Atlantikwall of in de Franse industrie die onder Duits toezicht stond. Om hun rechten in Nederland (zoals een felbegeerde marktkraamlocatie) niet te verliezen, moesten zij officiële ontheffingen aanvragen bij de gemeentelijke instanties.

Gerelateerde Documenten 6