Handgeschreven brief/notitie op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven brief/notitie op gelinieerd papier. Onbekend (ondertekend met "Gegroet"). Mijnheer
Nog een vraag een niet teelder
mag die evengoed met planten
marktten? Omdat 't vaak
is zoo als wij teelder zijn moeten
een vergunning hebben een teelt vergun-
ik had 't al eens gehoord
dat 't marktten niet gaat
Gegroet * Inhoud: De schrijver stelt een juridische of reglementaire vraag: mag iemand die zelf geen teler ("niet teelder") is, toch planten verkopen op de markt? De schrijver merkt op dat professionele telers verplicht zijn om een vergunning (een "teeltvergunning") te hebben. Er is blijkbaar onduidelijkheid of geruchten ("ik had 't al eens gehoord") dat men zonder deze papieren niet op de markt mag staan ("dat 't marktten niet gaat").
* Handschrift en Spelling: Het handschrift is een vlot, hellend lopend schrift. De spelling is kenmerkend voor de periode vóór de grote spellingshervormingen, met woorden als "zoo" en "teelder" (in plaats van teler). Het woord "marktten" wordt hier waarschijnlijk als werkwoord gebruikt ("op de markt staan" of "handelen op de markt"). De zinsbouw is enigszins informeel en spreektalig.
* Toon: De toon is beleefd doch direct, gericht op het verkrijgen van praktische informatie over marktzaken. In de late 19e en vroege 20e eeuw werd de handel op markten in Nederland en België steeds strenger gereguleerd. Om de kwaliteit te waarborgen en oneerlijke concurrentie tegen te gaan, stelden gemeentes vaak eisen aan verkopers. Professionele telers moesten vaak aantonen dat zij over de juiste papieren beschikten. Deze brief illustreert de onzekerheid bij kleine handelaren of particulieren over hun recht om deel te nemen aan de marktverkoop wanneer zij zelf geen geregistreerde producenten waren. De vraag weerspiegelt de overgang naar een meer gereguleerde economie waarin vergunningen ("vergunning") een centrale rol gingen spelen.