Archiefdocument
Origineel
22 augustus 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde afdeling). [Rechtsboven handgeschreven:]
M. Müller
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
85/1/31 M 22 Augustus 1941.
Intrekking vergunning
tot het plaatsen van kramen
t.n.v. J.J.G.K. Harings.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat J.J.G.K.
Harings, Keizersstraat 21, wien by beschikking van Burgemees-
ter en Wethouders d.d. 17 Maart 1939 (onder no.811 L.M.1938)
vergunning is verleend tot het op een anderen dan voor de
markt bestemden tyd opzetten van kramen op de markten Noorder-
markt en Albert Cuypstraat, sedert geruimen tyd in gebreke is
gebleven het terzake verschuldigde kramengeld te voldoen. De
schuld bedraagt thans ƒ 1,57. Aan herhaalde aanmaningen om
aan zyn verplichtingen te voldoen en aan oproepingen om te
mynen kantore te komen, heeft Harings geen gevolg gegeven.
Ik geef U thans beleefd in overweging wel te willen
bevorderen, dat door den Regeeringscommissaris voor Amsterdam
wordt overgegaan tot intrekking van de onderhavige vergunning.
De Directeur, * Kernboodschap: De directeur van de betreffende dienst adviseert de wethouder om een specifieke marktvergunning in te laten trekken door de Regeringscommissaris.
* Aanleiding: De vergunninghouder, J.J.G.K. Harings, woonachtig aan de Keizersstraat 21, heeft een betalingsachterstand van ƒ 1,57 aan "kramengeld". Ondanks meerdere aanmaningen en oproepen om op kantoor te verschijnen, is de schuld niet voldaan.
* Juridische basis: De oorspronkelijke vergunning was verleend op 17 maart 1939 en gaf het recht om buiten de reguliere markttijden kramen te plaatsen op de Noordermarkt en de Albert Cuypstraat.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in de formele, ambtelijke stijl van die tijd, met gebruik van de 'y' in plaats van 'ij' (bijv. "by", "tyd", "zyn"). * Tijdsperiode: Augustus 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
* Bestuurlijke situatie: De brief noemt de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". Dit is een direct gevolg van de bezetting; in maart 1941 werd het Amsterdamse gemeentebestuur (de gemeenteraad en wethouders) door de bezetter buiten spel gezet en vervangen door een regeringscommissaris (Edward Voûte), die met verregaande bevoegdheden de stad bestuurde. De adressering aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen" suggereert dat bepaalde wethouder-functies nog in ambtelijke vorm bestonden of dat men oude titulatuur bleef gebruiken onder het gezag van de commissaris.
* Economische waarde: Het bedrag van 1,57 gulden lijkt naar huidige maatstaven triviaal, maar in 1941 was dit voor een kleine marktkoopman een reëel bedrag. De strikte handhaving over een dergelijk klein bedrag kan wijzen op de bureaucratische rigiditeit van het toenmalige bestuur.
* Locatie: De genoemde markten (Noordermarkt en Albert Cuypmarkt) zijn nog steeds de meest bekende markten van Amsterdam. De Keizersstraat ligt in de oude binnenstad (nabij de Nieuwmarkt). J.J.G.K.