Handgeschreven administratieve notitie op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven administratieve notitie op gelinieerd papier. 2 september 1941. H. G. K. Konings.
heeft 2-9-41
op het hoofdkantoor
f 1,50 betaald.
m. i. intrekking der ver-
gunning opgehouden. Het document is een beknopte administratieve aantekening, waarschijnlijk bedoeld voor een persoons- of bedrijfsdossier. De tekst registreert een betaling van 1,50 gulden door de heer Konings op een niet nader genoemd hoofdkantoor. De onderste twee regels zijn cruciaal: zij vermelden dat een vergunning is ingetrokken en dat de bijbehorende activiteit is "opgehouden" (beëindigd of gestopt). Het bedrag van f 1,50 betreft vermoedelijk leges of administratiekosten verbonden aan deze afwikkeling. De datering, 2 september 1941, plaatst dit document in de context van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Gedurende deze periode werden vergunningen voor diverse beroepen, handel en verenigingen op grote schaal herzien of ingetrokken, vaak als direct gevolg van bezettingsverordeningen (zoals de uitsluiting van Joodse ondernemers of de gelijkschakeling van organisaties). Hoewel de notitie op zichzelf een reguliere administratieve handeling lijkt, was de intrekking van vergunningen in 1941 vaak een instrument voor economische en sociale controle door de bezetter. K. Konings
Samenvatting
Het document is een beknopte administratieve aantekening, waarschijnlijk bedoeld voor een persoons- of bedrijfsdossier. De tekst registreert een betaling van 1,50 gulden door de heer Konings op een niet nader genoemd hoofdkantoor. De onderste twee regels zijn cruciaal: zij vermelden dat een vergunning is ingetrokken en dat de bijbehorende activiteit is "opgehouden" (beëindigd of gestopt). Het bedrag van f 1,50 betreft vermoedelijk leges of administratiekosten verbonden aan deze afwikkeling.
Historische Context
De datering, 2 september 1941, plaatst dit document in de context van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Gedurende deze periode werden vergunningen voor diverse beroepen, handel en verenigingen op grote schaal herzien of ingetrokken, vaak als direct gevolg van bezettingsverordeningen (zoals de uitsluiting van Joodse ondernemers of de gelijkschakeling van organisaties). Hoewel de notitie op zichzelf een reguliere administratieve handeling lijkt, was de intrekking van vergunningen in 1941 vaak een instrument voor economische en sociale controle door de bezetter.