Ambtelijke correspondentie / Concept-rapport.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / Concept-rapport. Vermoedelijk 31 januari 1931 (gebaseerd op de rode aantekening "85/1/31"). In de tekst wordt verwezen naar een beschikking van 17 maart 1930. [Marginaal, linksboven:]
Intrekking vergunning
tot het plaatsen van kramen
t.n.v. Y.Y.G.K. Harings.
[Midden boven, in rood potlood/inkt:]
85/1/31
[Rechtsboven:]
W. l. m.
[Hoofdtekst:]
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat Y.Y.G.K. Harings, Reizentstraat 21, wien bij beschikking van B. en W. d.d. 17.3.'30 (onder no. 8116 17.1538) vergunning is verleend tot het op een anderen dan voor de markt bestemden tijd opzetten van kramen op de markten, Noordermarkt en Albert Cuypstraat, sedert geruimen tijd heeft nagelaten, het terzake verschuldigde kraamgeld te voldoen. De schuld bedraagt thans fl. 1.57. Na herhaalde aanmaningen, om aan zijn verplichtingen te voldoen, heeft [doorgehaald: Harings... aan] aan oproepingen om ten kantore te komen, [doorgehaald: heeft Harings...] [meerdere regels onleesbaar doorgehaald] geen gevolg gegeven.
[Doorgehaalde alinea:]
[doorgehaald: Ik geef U thans beleefd in overweging...]
[Slotzin:]
...wel te willen bevorderen, dat door den Regeringscommissaris van Amsterdam wordt overgegaan tot intrekking van de onderhavige vergunning.
[Rechtsonder, paraaf:]
ddy [?] Dit document is een ambtelijk concept waarin wordt geadviseerd een specifieke marktvergunning in te trekken. De heer Harings beschikte over een ontheffing om op afwijkende tijden kramen op te bouwen op twee van Amsterdams bekendste markten: de Noordermarkt en de Albert Cuypstraat.
De aanleiding voor de intrekking is een betalingsachterstand van 1,57 gulden aan kraamgeld. Hoewel dit naar huidige maatstaven een triviaal bedrag lijkt, was de ambtelijke molen onverbiddelijk. Uit de tekst blijkt dat er meerdere aanmaningen zijn gestuurd en dat Harings is opgeroepen om op het kantoor te verschijnen, hetgeen hij heeft genegeerd.
De vele doorhalingen in het onderste deel van het document wijzen erop dat dit een kladversie is waarin de schrijver zocht naar de juiste formele formulering om de Regeringscommissaris te verzoeken de vergunning formeel te beëindigen. Het document dateert uit het begin van de jaren '30, een periode van economische crisis. Handhaving van marktgelden was voor de gemeente Amsterdam essentieel voor de inkomsten, maar ook voor het handhaven van de orde op de drukke markten.
De Albert Cuypmarkt en de Noordermarkt waren destijds (en zijn nog steeds) vitale onderdelen van de Amsterdamse volkswijk-economie. De "vergunning tot het op een anderen dan voor de markt bestemden tijd opzetten van kramen" duidt op een logistieke gunst (bijvoorbeeld het alvast klaarzetten van de kraam de avond van tevoren of heel vroeg in de ochtend), die door de wanbetaling nu werd ingetrokken. De betrokkenheid van een "Regeringscommissaris" wijst op de specifieke bestuurlijke structuur van Amsterdam in die tijd wat betreft markttoezicht.