Archief 745
Inventaris 745-365
Pagina 48
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtsbrief / Dienstbrief

22 augustus 1941 Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde Amsterdamse gemeentelijke dienst) Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam

Origineel

Ambtsbrief / Dienstbrief 22 augustus 1941 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde Amsterdamse gemeentelijke dienst) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam [Handgeschreven aantekeningen bovenaan:]
verzonden 21/8
[onleesbare paraaf/naam, mogelijk "L. Muller"]

[Getypte tekst:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

85/1/31 M 22 Augustus 1941.

Intrekking vergunning
tot het plaatsen van kramen
t.n.v. J.J.G.K.Harings.

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat J.J.G.K. Harings, Keizersstraat 21, wien by beschikking van Burgemeester en Wethouders d.d. 17 Maart 1939 (onder no. 811 L.M.1938) vergunning is verleend tot het op een anderen dan voor de markt bestemden tyd opzetten van kramen op de markten Noordermarkt en Albert Cuypstraat, sedert geruimen tyd in gebreke is gebleven het terzake verschuldigde kramengeld te voldoen. De schuld bedraagt thans ƒ 1,57. Aan herhaalde aanmaningen om aan zyn verplichtingen te voldoen en aan oproepingen om te mynen kantore te komen, heeft Harings geen gevolg gegeven.

Ik geef U thans beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat door den Regeeringscommissaris voor Amsterdam wordt overgegaan tot intrekking van de onderhavige vergunning.

De Directeur, Dit document is een formele aanvraag tot het intrekken van een marktvergunning. De heer J.J.G.K. Harings, wonende aan de Keizersstraat 21, had sinds 1939 toestemming om buiten de reguliere markttijden kramen op te zetten op de Noordermarkt en de Albert Cuypstraat. De reden voor de intrekking is een betalingsachterstand van het zogenaamde "kramengeld". Opmerkelijk is het geringe bedrag van de schuld: slechts 1,57 gulden. Ondanks dit kleine bedrag wordt de procedure voor intrekking gestart omdat de betrokkene niet reageert op aanmaningen en oproepen.

De brief volgt een strikt ambtelijk format. De spelling is deels verouderd (bijv. "by", "zyn", "mynen", "tyd"), wat gebruikelijk was voor die tijd. De handgeschreven notitie "verzonden 21/8" wijkt af van de getypte datum van 22 augustus, wat kan duiden op een dagtekening die vooruitliep op de administratieve verwerking. De brief is gedateerd op 22 augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Dit is terug te zien in de ambtelijke structuur die in de tekst wordt genoemd. Er wordt verwezen naar de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". In maart 1941 hadden de Duitse bezetters de Amsterdamse gemeenteraad ontbonden en de wethouders ontslagen. Edward Voûte werd aangesteld als regeringscommissaris (en later burgemeester) met vergaande bevoegdheden, direct ondergeschikt aan het nazi-bestuur.

Hoewel de brief gaat over een alledaagse, bijna triviale kwestie (een kleine schuld voor marktgelden), illustreert het de continuïteit van de bureaucratie tijdens de bezetting. Tegelijkertijd laat de vermelding van de regeringscommissaris zien hoe de democratische controle was vervangen door een autoritair bestuurssysteem. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" aan wie de brief is gericht, was in dit nieuwe systeem een door de bezetter gecontroleerde functionaris of een hoofden-ambtenaar die de taken van de voormalige wethouder waarnam.

Samenvatting

Dit document is een formele aanvraag tot het intrekken van een marktvergunning. De heer J.J.G.K. Harings, wonende aan de Keizersstraat 21, had sinds 1939 toestemming om buiten de reguliere markttijden kramen op te zetten op de Noordermarkt en de Albert Cuypstraat. De reden voor de intrekking is een betalingsachterstand van het zogenaamde "kramengeld". Opmerkelijk is het geringe bedrag van de schuld: slechts 1,57 gulden. Ondanks dit kleine bedrag wordt de procedure voor intrekking gestart omdat de betrokkene niet reageert op aanmaningen en oproepen.

De brief volgt een strikt ambtelijk format. De spelling is deels verouderd (bijv. "by", "zyn", "mynen", "tyd"), wat gebruikelijk was voor die tijd. De handgeschreven notitie "verzonden 21/8" wijkt af van de getypte datum van 22 augustus, wat kan duiden op een dagtekening die vooruitliep op de administratieve verwerking.

Historische Context

De brief is gedateerd op 22 augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Dit is terug te zien in de ambtelijke structuur die in de tekst wordt genoemd. Er wordt verwezen naar de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". In maart 1941 hadden de Duitse bezetters de Amsterdamse gemeenteraad ontbonden en de wethouders ontslagen. Edward Voûte werd aangesteld als regeringscommissaris (en later burgemeester) met vergaande bevoegdheden, direct ondergeschikt aan het nazi-bestuur.

Hoewel de brief gaat over een alledaagse, bijna triviale kwestie (een kleine schuld voor marktgelden), illustreert het de continuïteit van de bureaucratie tijdens de bezetting. Tegelijkertijd laat de vermelding van de regeringscommissaris zien hoe de democratische controle was vervangen door een autoritair bestuurssysteem. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" aan wie de brief is gericht, was in dit nieuwe systeem een door de bezetter gecontroleerde functionaris of een hoofden-ambtenaar die de taken van de voormalige wethouder waarnam.

Kooplieden in dit dossier 99

A B Adriani
A. Cohen Uilenburg 1
A.C. ter Weyden Uilenburg 1
A. Jansen 10.46
A. J. Bogers 2.43
A J Noijen
Aäron van Praag Uilenburg
B. Kinschraper Uilenburg 1
B. Walberstadt Uilenburg
C. Kok Uilenburg
C. Goedhart Waterlooplein Alb.Cuypstraat
C. Goedhart Uilenburg Alb.Cuypstraat
C.J. Vaas Uilenburg } 1 pers.
D. Sebbeler Waterlooplein 2.50
Fa. Gondo
F.X. Waterlooplein 3.19
G. Hak Uilenburg } 2 pers
Brigadier Maas. Uilenburg
J. Triitman 100.-
G. Slikker Waterlooplein Alb.Cuypstraat
G. Slikker Uilenburg Alb.Cuypstraat
H. Hamjé 0495 Uilenburg 1 pers
Alle 99 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6