Ambtelijk rapport betreffende een aanvraag voor een vestigingsvergunning.
Origineel
Ambtelijk rapport betreffende een aanvraag voor een vestigingsvergunning. 12 maart 1942. [Linksboven]
Stamboek No. S. Z.
45433.
[Middenboven]
R A P P O R T
No. 2 B / 13 / M. 1942 13/3
[Lichaamstekst]
G.J.Visser.Jr, oud 31 jaar en wonende Anjelierstraat 202 alhier, verzoekt
om een erkenning als kleinhandelaar in groenten en fruit. Uit de admini-
stratie van Marktwezen is het volgende gebleken. Visser is met ingang
van 6 November 1939 een vaste plaats toegekend op de dagmarkt aan de
Lindengracht voor de verkoop van Koek en Gebak. Naar Marktopzichter
Wolff mij evenwel verklaarde, heeft Visser.Jr de laatste twee jaren al-
leen groenten verkocht. Voorts was het Marktopzichter Wolff bekend,
dat Visser voordien zijn vader, kooper G.J.Visser. Sr, hielp. Visser. Sr heeft
namelijk ook een vaste plaats op de dagmarkt aan de Lindengracht voor de
verkoop van groenten. Met uitzondering van het jaar 1940, heeft Visser. Jr
in de volgende perioden toegang gehad tot de Centrale Markt als perso-
neel van zijn vader, te weten:
1937 ........ 6 maanden.
1938 ........ 9 maanden.
1939 ........ 10 maanden.
1940 geen kaart gehad
1941 ........ 12 Maanden.
1942 ........ 3 maanden.
[Handgeschreven aantekeningen bij de lijst]
Boven 1937: betalen van af nov. 1939 – maart 1942
Rechts van de lijst: [Paraaf] 17 mrt [Paraaf] 25 [omcirkeld]
Uiterst rechts: 2 = betaald 23/3 ’42 f 17.- [Paraaf]
[Vervolg tekst]
Waar Visser. Jr, naar hijzelf verklaarde nimmer eenig salaris bij zijn
vader heeft gehad en in aanmerking nemende de verklaring van Marktop-
zichter Wolff, moet worden geconstateerd, dat Visser. Jr sinds 1939 voor
eigen rekening zaken heeft gedaan en sinds dien tijd in het bezit
had moeten zijn van een kooperskaart voor de Centrale Markt in plaats
van een personeelkaart. Derhalve is Visser. Jr gehouden, het tekort aan
entreegeld voor de Centrale Markt berekend van 1939 (tezamen 25 maan-
den) nog te voldoen. Voor zoover door mij kan worden beoordeeld heeft
Visser. Jr de vragen van zijn invulformulier naar waarheid beantwoord.
[Ondertekening]
Amsterdam 12 Maart 1942.
Controleur, [Handtekening: A. Velthuis]
[Linksonder handgeschreven]
[Initialen: GHK? J.M?]
fte
Mogelijk stempelen en doorzenden naar Den Haag.
Akkoord. [Initialen] 13/3 ’42 Dit rapport beschrijft de toetsing van een vergunningsaanvraag van Gerrit Jan Visser Jr. Hij wil officieel erkend worden als zelfstandig groenten- en fruitverkoper.
De kern van de zaak is een administratieve onregelmatigheid: hoewel Visser Jr. officieel geregistreerd stond voor de verkoop van koek en gebak, verkocht hij in de praktijk al jaren groenten op de Lindengracht. Bovendien werkte hij formeel als 'personeel' op de pas van zijn vader (Visser Sr.), terwijl hij feitelijk als zelfstandige voor eigen rekening handelde.
De controleur concludeert dat Visser Jr. jarenlang te weinig entreegeld heeft betaald voor de Centrale Markt. Een 'kooperskaart' (voor zelfstandigen) is immers duurder dan een 'personeelskaart'. De achterstallige betaling wordt berekend over 25 maanden (periode nov. 1939 t/m maart 1942, minus de maanden zonder kaart). Het verschuldigde bedrag van 17 gulden is blijkens de kanttekening op 23 maart 1942 voldaan. De controleur adviseert positief over de aanvraag omdat de betrokkene eerlijk is geweest over deze situatie. Het document dateert uit maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de controle op economische activiteiten en marktvergunningen sterk aangescherpt. Alle handelaren moesten geregistreerd zijn in zogenaamde 'Stamboeken' (vandaar de kop bovenin).
De Lindengrachtmarkt in de Jordaan was (en is) een belangrijke Amsterdamse dagmarkt. De "Centrale Markt" aan de Jan van Galenstraat was de plek waar handelaren hun voorraad inkochten; toegang hiertoe was streng gereguleerd met verschillende soorten kaarten.
De opmerking "doorzenden naar Den Haag" wijst op de centralisatie van het vergunningenstelsel onder de bezetter, waarbij lokale adviezen vaak naar nationale instanties (zoals de verschillende 'Productschappen' of het Departement van Economische Zaken) moesten worden gestuurd voor definitieve goedkeuring. A. Velthuis G.J. Visser Marktwezen