Archief 745
Inventaris 745-375
Pagina 245
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Doorslag van een ambtelijke brief (waarschijnlijk afkomstig van de Gemeente Amsterdam, Marktdienst).

29 juli 1942. Van: De brief is ondertekend door de waarnemend ("wnd.") directeur, waarschijnlijk van de Amsterdamse Marktdienst.

Origineel

Doorslag van een ambtelijke brief (waarschijnlijk afkomstig van de Gemeente Amsterdam, Marktdienst). 29 juli 1942. De brief is ondertekend door de waarnemend ("wnd.") directeur, waarschijnlijk van de Amsterdamse Marktdienst. vB/HB.

den Heer J. Franschman,
Blasiusstraat 73 hs,
Amsterdam-Oost.
Wijk 11.

30/40/3 M. 29 Juli 1942.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 21 Juli j.l. bericht ik
U, dat ingevolge de bepalingen van het Reglement op de Markten
aan Uw verzoek niet kan worden voldaan, aangezien Uw zoon Mozes
Franschman niet gehuwd is en nog niet den 21-jarigen leeftijd
heeft bereikt.

De Directeur,
wnd.

[Linksboven handgeschreven in blauw potlood/inkt:]
Marnel 29/7-'42 * Fysieke kenmerken: Het betreft een getypte brief op grijsachtig doorslagpapier. Linksboven is een handgeschreven aantekening geplaatst, vermoedelijk een paraaf of naam van een behandelend ambtenaar met de datum van afhandeling.
* Inhoud: De brief is een formele afwijzing van een verzoek dat op 21 juli 1942 werd ingediend door J. Franschman. Het verzoek had betrekking op zijn zoon, Mozes Franschman. Hoewel de aard van het verzoek niet expliciet wordt genoemd, kan uit de verwijzing naar het "Reglement op de Markten" worden opgemaakt dat het ging om een marktvergunning of een standplaats. De afwijzing is gestoeld op strikt bureaucratische gronden: de zoon is minderjarig (onder de 21 jaar) en niet getrouwd, wat volgens het reglement blijkbaar vereisten waren voor de betreffende aanvraag.
* Afzender: De brief is ondertekend door de waarnemend ("wnd.") directeur, waarschijnlijk van de Amsterdamse Marktdienst. * Historische context: De datum van de brief, 29 juli 1942, is zeer significant. Nederland was op dat moment ruim twee jaar bezet door nazi-Duitsland. De vervolging van de Joodse bevolking was in een kritieke fase beland; de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar de concentratie- en vernietigingskampen waren net deze maand (juli 1942) begonnen.
* Joodse gemeenschap: De namen Franschman en Mozes, in combinatie met het adres in Amsterdam-Oost (een wijk met destijds een grote Joodse populatie), wijzen er sterk op dat de geadresseerden Joods waren. Voor Joden was het sinds 1941 verboden om op reguliere markten te staan; zij waren aangewezen op specifieke Joodse markten.
* Economische overleving: Het verzoek van J. Franschman voor zijn zoon was waarschijnlijk een poging om in het levensonderhoud te voorzien in een tijd waarin Joden systematisch uit vrijwel alle beroepen en economische sectoren werden verdreven. Dit document illustreert hoe de reguliere stedelijke bureaucratie bleef functioneren en verzoeken afwees op basis van standaardreglementen, terwijl de betreffende burgers op dat moment rechteloos werden gemaakt en hun leven in direct gevaar was.
* Lot van de familie: Uit bronnen zoals de Joodse Raad-kaarten of het Digitaal Monument Joodse Gemeenschap kan vaak het verdere lot van personen als Mozes Franschman worden achterhaald. Dergelijke ambtelijke documenten vormen vaak de laatste tastbare sporen van hun leven in de stad voor hun deportatie.

Samenvatting

  • Fysieke kenmerken: Het betreft een getypte brief op grijsachtig doorslagpapier. Linksboven is een handgeschreven aantekening geplaatst, vermoedelijk een paraaf of naam van een behandelend ambtenaar met de datum van afhandeling.
  • Inhoud: De brief is een formele afwijzing van een verzoek dat op 21 juli 1942 werd ingediend door J. Franschman. Het verzoek had betrekking op zijn zoon, Mozes Franschman. Hoewel de aard van het verzoek niet expliciet wordt genoemd, kan uit de verwijzing naar het "Reglement op de Markten" worden opgemaakt dat het ging om een marktvergunning of een standplaats. De afwijzing is gestoeld op strikt bureaucratische gronden: de zoon is minderjarig (onder de 21 jaar) en niet getrouwd, wat volgens het reglement blijkbaar vereisten waren voor de betreffende aanvraag.
  • Afzender: De brief is ondertekend door de waarnemend ("wnd.") directeur, waarschijnlijk van de Amsterdamse Marktdienst.

Historische Context

  • Historische context: De datum van de brief, 29 juli 1942, is zeer significant. Nederland was op dat moment ruim twee jaar bezet door nazi-Duitsland. De vervolging van de Joodse bevolking was in een kritieke fase beland; de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar de concentratie- en vernietigingskampen waren net deze maand (juli 1942) begonnen.
  • Joodse gemeenschap: De namen Franschman en Mozes, in combinatie met het adres in Amsterdam-Oost (een wijk met destijds een grote Joodse populatie), wijzen er sterk op dat de geadresseerden Joods waren. Voor Joden was het sinds 1941 verboden om op reguliere markten te staan; zij waren aangewezen op specifieke Joodse markten.
  • Economische overleving: Het verzoek van J. Franschman voor zijn zoon was waarschijnlijk een poging om in het levensonderhoud te voorzien in een tijd waarin Joden systematisch uit vrijwel alle beroepen en economische sectoren werden verdreven. Dit document illustreert hoe de reguliere stedelijke bureaucratie bleef functioneren en verzoeken afwees op basis van standaardreglementen, terwijl de betreffende burgers op dat moment rechteloos werden gemaakt en hun leven in direct gevaar was.
  • Lot van de familie: Uit bronnen zoals de Joodse Raad-kaarten of het Digitaal Monument Joodse Gemeenschap kan vaak het verdere lot van personen als Mozes Franschman worden achterhaald. Dergelijke ambtelijke documenten vormen vaak de laatste tastbare sporen van hun leven in de stad voor hun deportatie.

Gerelateerde Documenten 6