Administratieve notitie/bijblad betreffende een marktkraamvergunning.
Origineel
Administratieve notitie/bijblad betreffende een marktkraamvergunning. 31 juli 1942 (ingekomen/doorgezonden) en 3 augustus 1942 (behandeling). [Linksboven in kader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 30 45/1 1942
31/7-42
DOORGEZONDEN:
[Hoofdtekst:]
S. Rotenberg, geb. 1 Dec. '06, maakte vrij geregeld gebruik van een losse plaats op Waterlooplein.
Indien de Joodsche markten niet afgesloten waren voor nieuwe vaste-plaatshouders, zou er m.i. geen bezwaar zijn om R. alsnog een vaste plaats toe te wijzen. R. is een vreemdeling waarvoor, bij besluit van B&W van 19 Jan '40 n 552 L. A 39, toestemming is verleend voor inschrijving op de sollicitantenlijsten voor de dag- en weekmarkten.
[ondertekening/paraaf] 3/8 '42
[Rechtsonder:]
Artikel:
Scheermessen
Galanterieën.
[Linkermarge, diagonaal en deels doorgehaald:]
~~afgew. vaste V.B.~~
~~aan verzoek kan niet worden voldaan~~
Aangezien uitgifte vaste plaatsen Jodenmarkten is gestaakt
[Voorgedrukte tekst linksonder:]
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-'41-1727 * Onderwerp: Het document betreft een aanvraag van S. Rotenberg voor een vaste staanplaats op de markt op het Waterlooplein. Hij werkte daar al "vrij geregeld" met een tijdelijke ("losse") plaats.
* Handelswaar: De betrokkene verkocht scheermessen en galanterieën (kleine mode- of luxeartikelen).
* Juridische status: Er wordt verwezen naar een besluit uit januari 1940 (vóór de bezetting), waarbij Rotenberg als "vreemdeling" (mogelijk een Joodse vluchteling) toestemming had gekregen om op de wachtlijsten voor Amsterdamse markten te staan.
* Besluitvorming: De ambtenaar die de hoofdtekst schreef (gedateerd 3 augustus 1942), ziet inhoudelijk geen bezwaar tegen het toewijzen van een vaste plek. Echter, de kanttekening in de marge (het uiteindelijke besluit) is negatief. De aanvraag wordt afgewezen omdat de uitgifte van nieuwe vaste plaatsen op de zogenaamde "Jodenmarkten" door de bezetter was stopgezet. Dit document stamt uit de zomer van 1942, een cruciale fase in de Holocaust in Nederland. Sinds september 1941 waren Joden in Amsterdam verplicht hun handel te drijven op speciaal aangewezen "Jodenmarkten" (o.a. Waterlooplein, Gaaspstraat en Joubertstraat).
Het document illustreert de bureaucatische uitsluiting van Joodse burgers. Hoewel Rotenberg volgens de normale gemeentelijke regels (van vóór de oorlog) recht zou hebben op een plek, blokkeerden de anti-Joodse maatregelen van de bezetter dit. Het feit dat de uitgifte van vaste plaatsen was "gestaakt", was een voorbode van de totale liquidatie van Joodse economische activiteiten en de daaropvolgende deportaties die in diezelfde periode (juli 1942) in alle hevigheid begonnen.