Handgeschreven ambtelijke notitie op een klein, los papier.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie op een klein, los papier. 17 augustus 1942 (met een marginale aftekening op 18 augustus 1942). Van Praag
vraagt of volgens
meening Marktwesen
alvast noodzakelijk
is, dat Roteburg een
plaats wordt toe-
gewezen. 17/8 '42
[In ander handschrift:]
Niet noodzakelijk
moet door H.O. afgewezen [onleesbaar, mogelijk L.S.]
[In de linker marge, verticaal geschreven:]
Gezien
[handtekening/paraf]
18/8 '42 De notitie is een intern ambtelijk schrijven betreffende een verzoek van een persoon genaamd Van Praag. Het verzoek betreft de vraag of het noodzakelijk is om aan "Roteburg" (mogelijk een persoon of een specifieke locatie/onderneming) een plaats toe te wijzen. De verwijzing naar "Marktwesen" (Marktwezen) duidt erop dat het hier gaat om een standplaats op een markt of een plek binnen een handelsstructuur.
De beslissing op de notitie is negatief: "Niet noodzakelijk". Er wordt direct een instructie gegeven aan de "H.O." (waarschijnlijk een afkorting voor Hoofdafdeling of een specifieke functionaris) om het verzoek formeel af te wijzen. De notitie is een dag later voor "gezien" getekend door een toezichthouder of leidinggevende. Het document dateert van augustus 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden Joodse burgers systematisch uitgesloten van het openbare en economische leven. De achternamen "Van Praag" en "Roteburg" zijn veelvoorkomende Joodse namen in Nederland.
Gezien de datum en de context van het "Marktwezen" (dat streng gereguleerd werd om Joden te weren), is het zeer aannemelijk dat dit document een weigering betreft van een vergunning of standplaats voor Joodse marktkooplieden. De korte, bureaucratische afhandeling ("Niet noodzakelijk", "moet worden afgewezen") is exemplarisch voor de wijze waarop de onteigening en uitsluiting van Joden in die tijd ambtelijk werd vastgelegd. Marktwezen