Officiële brief / correspondentie.
Origineel
Officiële brief / correspondentie. 29 juli 1942. Der Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiete, Der Beauftragte für die Stadt Amsterdam (namens A. Gombault, Wirtschaftsreferent). Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. [Stempel rechtsboven:] № 30/45/1 M. 1942 31/7
[Logo: Rijksadler met swastika]
DER REICHSKOMMISSAR
FÜR DIE BESETZTEN NIEDERLÄNDISCHEN GEBIETE
DER BEAUFTRAGTE
FÜR DIE STADT AMSTERDAM
AMSTERDAM, den 29. Juli 1942.
Ref. Wi.
An das
Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
A m s t e r d a m
========================
[Handgeschreven rechts:] nv. Insp. / Spock [gevolgd door paraaf]
Betr.: Den Juden S. Rotenberg, Amsterdam, Holendrechtstr. 41 III
Der Jude S. Rotenberg, Amsterdam, Holendrechtstraat 41 III wendet sich mit dem anliegenden Gesuch vom 26. Juli an mich. Ich bitte um Ihre Stellungnahme hierzu. Den Antrag bitte ich, mir gleichzeitig zurückzureichen.
Im Auftrag
[Handtekening: A Gombault]
(A Gombault)
Wirtschaftsreferent
1 Anlage.
[Handgeschreven linksonder:] 97101 Deze brief is een voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van zaken betreffende de Joodse bevolking tijdens de bezetting. De Wirtschaftsreferent (economisch referent) van de Duitse Beauftragte in Amsterdam stuurt een verzoek door van S. Rotenberg naar de gemeentelijke afdeling Marktwezen.
De toon is formeel en gebiedend. Het gebruik van de aanduiding "Der Jude" voor de naam van de betrokkene is kenmerkend voor de nazi-terminologie, waarbij individuen primair op basis van hun afkomst werden geclassificeerd. De afzender vraagt om een officieel standpunt (Stellungnahme) van het Marktwezen naar aanleiding van een verzoek dat Rotenberg op 26 juli had ingediend. Hoewel de inhoud van het verzoek niet in de brief staat, suggereert de betrokkenheid van het Marktwezen en de economische referent dat het gaat om een kwestie betreffende een handelsvergunning of een marktkraam. In juli 1942 bereikte de Jodenvervolging in Nederland een kritiek punt; in deze maand begonnen de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen. Joden waren op dit moment al nagenoeg volledig uitgesloten van het reguliere economische verkeer.
De afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam was verantwoordelijk voor het beheer van de markten. Joodse handelaren waren in 1941 al verbannen van de reguliere markten en mochten alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan (zoals op het Waterlooplein, de Gaaspstraat en het Joubertpolder).
Samuel Rotenberg (geboren in 1900), de persoon naar wie in de brief verwezen wordt, woonde inderdaad op het adres Holendrechtstraat 41-III. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat hij en zijn gezin de oorlog niet hebben overleefd; zij zijn in 1943 in Sobibor vermoord. Dit document vormt een schakel in de papieren spoorvorming die voorafging aan hun uiteindelijke deportatie. A. Gombault S. Rotenberg Gemeente Amsterdam Marktwezen