Ambtsbericht/memo (handgeschreven).
Origineel
Ambtsbericht/memo (handgeschreven). 27 augustus 1942 (met een kanttekening van 28 augustus 1942). [Linksboven:]
Waterlooplein
[Rechtsboven:]
27 Aug: 1942
Dhr: Inspecteur
[Hoofdtekst:]
Van een eventueele weigering betreffende een vaste plaats, aan J. Moscoviter pl: nr: 139, is mij niets bekend. Wel heeft hij in de week van 17 t/m 22/8, 6 weken marktgeld betaald.
Met geen mogelykheid zou ik de vraag kunnen beantwoorden, wat Moscoviter er mee bedoelt. Op 20/8 '42 zag ik Moscoviter op het Waterlooplein loopen, en vroeg hem wanneer of hij zijn vaste plaats betaalde. Hierop antwoordde hij „dat moet ik eerst even hooren.” Den volgende dag 21/8 '42 is hij 6 weken marktgeld komen betalen, nadien dag heb ik hem niet weer gezien.
[Ondertekening:]
J. Renz
[Kanttekening linkerzijde:]
Hr. Renz,
wat bedoelt m. dan met zijn vraag?
[Initialen/Handtekening] 28/8-'42 * Inhoud: Het document betreft een administratieve navraag over J. Moscoviter, een koopman op de markt van het Waterlooplein. Er schijnt onduidelijkheid te zijn over een "weigering" van een vaste staplaats. J. Renz verklaart dat hij van een weigering niets weet, maar dat Moscoviter na een aanmaning op 20 augustus de volgende dag zes weken achterstallig marktgeld heeft betaald. De koopman gaf een ontwijkend antwoord op de vraag wanneer hij zou betalen ("dat moet ik eerst even hooren").
* Handschrift: Het handschrift van Renz is een duidelijk, geoefend zakelijk cursief uit de vroege 20e eeuw. De kanttekening aan de linkerzijde is in een ander, iets minder formeel handschrift geschreven, waarschijnlijk door de inspecteur of een directe superieur.
* Administratieve context: De paarse onderstreping duidt erop dat de lezer (de inspecteur) het belangrijkste feit wilde markeren: dat er officieel geen sprake was van een weigering van de standplaats door de autoriteiten. Dit document is geschreven in augustus 1942 in Amsterdam, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De locatie, het Waterlooplein, was van oudsher het hart van de Joodse buurt en de bijbehorende markt.
De naam J. Moscoviter is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam. De datum is cruciaal: in de zomer van 1942 waren de anti-Joodse maatregelen in volle gang. Joodse marktkooplieden werden systematisch geweerd van reguliere markten en mochten alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan, voordat ze hun nering geheel moesten staken.
De "weigering" waarover gesproken wordt en de aarzeling van Moscoviter om te betalen ("dat moet ik eerst even hooren"), wijzen op de enorme rechtsonzekerheid waarin Joodse Amsterdammers destijds verkeerden. Het feit dat Moscoviter na 21 augustus niet meer is gezien door de ambtenaar, kan in deze duistere periode wijzen op onderduik of, waarschijnlijker, deportatie. De grootschalige wegvoering van Joden uit Amsterdam naar kamp Westerbork (en verder naar de vernietigingskampen) was in juli 1942 begonnen. Dit schijnbaar banale administratieve briefje legt zo een tragisch moment vast in de bureaucratische afhandeling van iemands bestaan vlak voor of tijdens hun verdwijning. J. Moscoviter J. Renz Marktwezen