Handgeschreven brief (bezwaarschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (bezwaarschrift). 22 augustus 1942. J. Moscoviter, Peperstraat 6-II, Amsterdam. Directie van het Marktwezen, Amsterdam. Amsterdam 22 Aug. 1942
No 30/51/1
M. 1942 25/8
Directie van het Marktwezen
Alhier
M.
In verband met Uw schrijven d.d. 21/8 waarin u mij
aanmaand tot betalen, moet ik u vragen of ik betalen moet
voor een plaats die mij geweigerd werd door de Marktmeester
die mij melde dat ik nog voor een vaste nog losse plaats
in aanmerking kwam.
Uw antwoord gaarne tegemoet ziende
Verblijf ik
Achtend
J Moscoviter
Peperstraat 6-II
[Diagonaal rechtsonder:] afgedaan De brief is een zakelijke reactie op een aanmaning tot betaling. De afzender, J. Moscoviter, protesteert tegen deze vordering. Zijn argument is logisch-juridisch van aard: hij weigert te betalen voor een marktplaats die hem door de marktmeester expliciet is ontzegd. De tekst suggereert een administratieve fout bij de gemeente; men eist geld voor een dienst (het toewijzen van een staanplaats) die niet is geleverd. De schrijver hanteert een beleefde maar besliste toon ("moet ik u vragen of ik betalen moet"). De aantekening "afgedaan" duidt erop dat de ambtelijke molen het verzoek heeft verwerkt. De datum (augustus 1942) en de naam van de afzender geven dit document een beladen historische lading. J. Moscoviter woonde in de Peperstraat, midden in de Amsterdamse Jodenbuurt. In deze fase van de Tweede Wereldoorlog waren de anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter in volle gang.
Joodse markthandelaren werden in deze periode stelselmatig uitgesloten van reguliere markten en mochten alleen nog handelen op speciaal aangewezen "Joodse markten" (zoals op het Waterlooplein of de Gaaspstraat), totdat ook dit verboden werd. Het feit dat de marktmeester meldde dat de afzender "noch voor een vaste noch losse plaats in aanmerking kwam", is zeer waarschijnlijk een direct gevolg van deze uitsluiting op basis van afkomst. Dit document is daarmee een stille getuige van de bureaucratische wijze waarop de ontrechting van de Joodse bevolking in Amsterdam zich in het dagelijks leven manifesteerde: men mocht niet meer werken, maar ontving nog wel aanmaningen voor de kosten van de inmiddels verboden werkplek. J. Moscoviter M. Marktwezen