Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 26 augustus 1942. J. Kok, Pretoriusstraat 16-III, Amsterdam Oost. Het Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam West. [Linksboven:]
Nº 20/55/1 M. 1942 20/5
[Rechtsboven:]
Amsterdam, 26 Aug. 1942
[Adres ontvanger:]
Aan het Marktwesen
Jan v Galenstraat
Amsterdam. W.
[Inhoud brief:]
Weldele Heer,
Hierdoor deelt ondergetekende U mede, dat hij v/a 7/8-'42 in het R.W. kamp te Sellingerbeetse II ligt. Ondergetekende is gehuwd en nu wil mijn vrouw natuurlijk mijn plaats hebben. Aangezien mijn vrouw op 't ogenblik in het ziekenhuis ligt, hoop ik, dat U zoo vriendelijk wilt zijn en haar plaats open wilt houden, totdat zij weer hersteld is en de markt Waterlooplein weer geregeld kan bezoeken.
Hopende een gunstige beslissing van U te mogen ontvangen.
Ook zou ik gaarne van U willen vernemen of ik daar voor moet betalen ja of neen.
In afwachting, teken ik
Hoogachtend,
J Kok
[Linksonder:]
adr. J Kok.
Pretoriusstraat 16 III
Amsterdam Oost
Plaats nr: 46. Waterloopl.
[Aantekeningen in de marge, rechtsboven bij het adres:]
m. resp.
in afwachting
histor. * De afzender: De brief is geschreven door J. Kok (Joseph Kok). Hij woonde in de Pretoriusstraat, een straat in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost die tijdens de bezetting een groot aandeel Joodse bewoners had.
* R.W. Kamp: "R.W. kamp" staat voor Rijkswerkkamp. Sellingerbeetse (bij Ter Apel) was een van de werkkampen waar Joodse mannen in 1942 werden tewerkgesteld door de Nederlandse autoriteiten, vaak als voorstadium voor deportatie naar Westerbork en verder naar het oosten.
* De kern van het verzoek: Kok probeert zijn broodwinning veilig te stellen. Hij heeft marktplaats nr. 46 op het Waterlooplein (de bekende Joodse markt). Omdat hij gedwongen tewerkgesteld is, wil hij de plaats overdragen aan zijn vrouw. Echter, zij ligt op dat moment in het ziekenhuis. Hij vraagt het Marktwezen om de plek 'vast te houden' totdat zij hersteld is.
* Taalgebruik: De brief is geschreven in een formele, beleefde toon ("Welede Heer", "ondergetekende"), wat typerend is voor de interactie tussen burgers en de bureaucratie in die tijd. Het toont de wanhopige poging om binnen de regels van het systeem de eigen belangen en die van de familie te beschermen. Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische werkelijkheid tijdens de Jodenvervolging in Nederland. Op 26 augustus 1942, de datum van deze brief, waren de massale deportaties naar de vernietigingskampen al in volle gang (begonnen in juli 1942).
Veel Joodse mannen in de werkkampen, zoals Sellingerbeetse, dachten aanvankelijk dat zij door hun werk gevrijwaard zouden blijven van verdere maatregelen. Begin oktober 1942 werden deze werkkampen echter ontruimd en werden de mannen samen met hun gezinnen naar Westerbork gebracht.
Uit archiefgegevens (zoals van het Joods Monument) blijkt dat Joseph Kok (geboren in 1898) inderdaad in de Pretoriusstraat 16-III woonde. Hij is op 30 september 1942 in Auschwitz vermoord. Zijn vrouw, Heintje Kok-de Vries, werd op dezelfde dag vermoord. Deze brief, geschreven slechts vijf weken voor zijn dood, illustreert de tragiek van iemand die probeert een toekomst te plannen voor een leven dat hem en zijn vrouw spoedig daarna zou worden ontnomen.