Archief 745
Inventaris 745-375
Pagina 366
Dossier 29
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief met diverse handgeschreven kanttekeningen, instructies en stempels.

15 oktober 1942. Van: I. Pront, Lepelstraat 86, Amsterdam. Aan: Het Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam.

Origineel

Getypte brief met diverse handgeschreven kanttekeningen, instructies en stempels. 15 oktober 1942. I. Pront, Lepelstraat 86, Amsterdam. Het Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam. [Stempel linksboven:] № 30/75/1
[Stempel midden boven:] M. 1942 16/10
[Rechtsboven handgeschreven:] 177

Amsterdam, 15 October 1942

Aan het Marktwezen
Jan van Galenstraat
Alhier.

WelEd.Heer,

Daar ik een standplaats heb op de markt Waterlooplein
en alleen een kaart voor visch, terwijl ik altijd een kaart
heb gehad van visch, zuurwaren en aanverwante artikelen,
verzoek ik U beleefd de kaart te veranderen.
Bij voorbaat mijn dank.

Hoogachtend,
[Handtekening: I Pront]

I. Pront
Lepelstraat 86
Amsterdam(C)

Plaats No. 120 103

[Handgeschreven aantekeningen rechtsonder:]
m. Insp
onbegr.
I Pront, pl. 103
Waterlooplein.
artikel: visch
uitgebreid
kaart voor zuurwaren &
aanverwante artikelen
19-10-'42 30
Velten

[Handgeschreven aantekeningen linker marge, verticaal:]
Th. Renz [?]
bijzondere kaart uitreiken a.u.b.
en oude kaart innemen.
Pront 20/10 '42

[Handgeschreven aantekening linksonder:]
oude kaart ingenomen.
[Handtekening: J. Renz] De brief is een formeel verzoek van I. Pront om zijn marktvergunning te corrigeren. Hij stelt dat zijn huidige vergunning voor de standplaats op het Waterlooplein (plek 103, voorheen 120) enkel 'vis' vermeldt, terwijl hij recht heeft op de verkoop van vis, zuurwaren en aanverwante artikelen.

De administratieve verwerking door de dienst Marktwezen is direct op het papier afleesbaar:
1. Ontvangst: De brief werd geregistreerd op 16 oktober 1942.
2. Besluitvorming: Een ambtenaar (mogelijk Renz of een inspecteur) geeft op 19 oktober de instructie voor de uitbreiding van de kaart.
3. Afhandeling: Op 20 oktober wordt genoteerd dat de "bijzondere kaart" moet worden uitgereikt en de oude ingenomen, wat op diezelfde dag wordt bevestigd.

De toon van de brief is uiterst beleefd ("WelEd.Heer", "verzoek ik U beleefd"), wat gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd. Dit document is een treffend voorbeeld van de bureaucratische dagelijkse realiteit in bezet Amsterdam. Oktober 1942 was een periode van hevige vervolging. De afzender, I. Pront (Isaac Pront), woonde in de Lepelstraat 86, een adres in het hart van de Joodse buurt.

Sinds september 1941 waren Joodse marktkooplieden door de bezetter verbannen van de reguliere Amsterdamse markten en mochten zij alleen nog handelen op specifiek aangewezen "Joodse markten", waarvan het Waterlooplein de bekendste was. Dat Pront in 1942 nog probeert zijn vergunning voor vis en zuurwaren (typische handel voor die buurt) te formaliseren, toont de noodzaak om onder extreem moeilijke omstandigheden in het levensonderhoud te blijven voorzien. De Lepelstraat was een van de straten waaruit tijdens de bezetting zeer veel bewoners zijn weggevoerd.

Samenvatting

De brief is een formeel verzoek van I. Pront om zijn marktvergunning te corrigeren. Hij stelt dat zijn huidige vergunning voor de standplaats op het Waterlooplein (plek 103, voorheen 120) enkel 'vis' vermeldt, terwijl hij recht heeft op de verkoop van vis, zuurwaren en aanverwante artikelen.

De administratieve verwerking door de dienst Marktwezen is direct op het papier afleesbaar:
1. Ontvangst: De brief werd geregistreerd op 16 oktober 1942.
2. Besluitvorming: Een ambtenaar (mogelijk Renz of een inspecteur) geeft op 19 oktober de instructie voor de uitbreiding van de kaart.
3. Afhandeling: Op 20 oktober wordt genoteerd dat de "bijzondere kaart" moet worden uitgereikt en de oude ingenomen, wat op diezelfde dag wordt bevestigd.

De toon van de brief is uiterst beleefd ("WelEd.Heer", "verzoek ik U beleefd"), wat gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd.

Historische Context

Dit document is een treffend voorbeeld van de bureaucratische dagelijkse realiteit in bezet Amsterdam. Oktober 1942 was een periode van hevige vervolging. De afzender, I. Pront (Isaac Pront), woonde in de Lepelstraat 86, een adres in het hart van de Joodse buurt.

Sinds september 1941 waren Joodse marktkooplieden door de bezetter verbannen van de reguliere Amsterdamse markten en mochten zij alleen nog handelen op specifiek aangewezen "Joodse markten", waarvan het Waterlooplein de bekendste was. Dat Pront in 1942 nog probeert zijn vergunning voor vis en zuurwaren (typische handel voor die buurt) te formaliseren, toont de noodzaak om onder extreem moeilijke omstandigheden in het levensonderhoud te blijven voorzien. De Lepelstraat was een van de straten waaruit tijdens de bezetting zeer veel bewoners zijn weggevoerd.

Gerelateerde Documenten 6