Officiële kennisgeving/brief (doorslag of archiefkopie).
Origineel
Officiële kennisgeving/brief (doorslag of archiefkopie). 29 augustus 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt Amsterdam). VB/HB.
[Handgeschreven in groen: K. Buning?]
[Handgeschreven in groen: Verzonden 29/8]
29 Augustus 1942.
Mij is gerapporteerd, dat U zich schuldig maakt aan het
koopen van fruit op de Centrale Markt, terwijl U niet in het bezit
is van de daartoe vereischte rijkserkenning. U heeft hiermede den
goeden gang van zaken op de Centrale Markt verstoord, zoodat ik U,
gerekend te zijn ingegaan 16 Augustus j.l. den toegang tot die
markt heb ontnomen voor een periode van 14 dagen, dus tot en met
29 Augustus 1942,
U dient er rekening mede te houden, dat bij herhaling U
den toegang tot de Centrale Markt voor langeren tijd zal worden
ontnomen.
De Directeur,
Gezonden aan:
No.37/88/3 M . J.H.Kahlé, Albert Cuypstraat 191, Amsterdam-Zuid.
No.37/88/4 M. W.C.Riche, Albert Cuypstraat 195, Amsterdam-Zuid. Dit document is een disciplinaire maatregel opgelegd door de directie van de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de overtreding is het inkopen van fruit zonder de vereiste "rijkserkenning" (een officiële vergunning of erkenning van de overheid om in bepaalde goederen te mogen handelen).
Opvallend is dat de brief gedateerd is op 29 augustus 1942, de dag waarop de strafperiode (14 dagen ontzegging van de toegang) afloopt. Het betreft hier waarschijnlijk een schriftelijke vastlegging van een mondeling of reeds eerder geëffectueerd besluit dat met terugwerkende kracht vanaf 16 augustus is ingegaan. De ontvangers zijn beide woonachtig/gevestigd aan de Albert Cuypstraat, destijds (en nu nog) een belangrijke marktlocatie, wat suggereert dat zij beroepsmatige handelaren waren.
De toon is formeel en dreigend ("bij herhaling [...] voor langeren tijd"), passend bij de strikte bureaucratische controle op de voedselvoorziening tijdens de oorlogsjaren. De datum, augustus 1942, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van een strikt distributiesysteem en vergaande regulering van de handel om de zwarte markt tegen te gaan en de voedselstromen te beheersen.
De "rijkserkenning" was een essentieel onderdeel van dit bureaucratische apparaat. Handelaren die buiten de officiële kanalen om inkochten, ondermijnden het systeem van de bezetter en de Nederlandse distributie-instanties. De Centrale Markt in Amsterdam was het zenuwcentrum voor de groothandel in levensmiddelen; uitsluiting van deze plek betekende een directe aantasting van de bedrijfsvoering van een handelaar.
Het feit dat beide genoemde personen op de Albert Cuypstraat woonden, wijst erop dat de autoriteiten specifiek toezagen op de aanvoerlijnen naar de Amsterdamse straatmarkten, waar veel clandestiene handel plaatsvond. Zulke maatregelen waren bedoeld om de "goeden gang van zaken" (volgens de officiële normen van die tijd) te handhaven.