Ambtelijke brief/correspondentie.
Origineel
Ambtelijke brief/correspondentie. 12 augustus 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een daaraan gerelateerde gemeentelijke dienst). HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
37/91/2 M. 2. 12 Augustus 1942.
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen geworden een contract in duplo ten name van P.Kooy Pzn, betreffende huur van pakhuisafdeeling No.E. 3 van pier E op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van dit contract door den heer Burgemeester te willen bevorderen en het mij daarna te doen terugzenden; dezerzijds kan dan voor registratie worden zorggedragen.
De Directeur, Dit document is een formele ambtelijke brief waarin een directeur een huurcontract in tweevoud (duplo) aanbiedt aan de wethouder. Het contract betreft de huur van een specifieke pakhuisruimte (No. E. 3 op pier E) op de Centrale Markt door een zekere P. Kooy Pzn.
De procedure die hier beschreven wordt, is strikt hiërarchisch: de directeur stelt het contract op, de wethouder dient de ondertekening door de burgemeester te faciliteren ("bevorderen"), waarna het document teruggaat naar de afzender voor de definitieve administratieve afhandeling (registratie). Het taalgebruik is uiterst hoffelijk en afstandelijk, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd ("heb ik de eer U te doen geworden", "Ik moge U beleefd verzoeken"). De datum van het document, 12 augustus 1942, plaatst de correspondentie midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel het een routineuze administratieve handeling lijkt betreffende marktbeheer, is de context van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" in 1942 cruciaal. Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening een bron van enorme spanning door schaarste en rantsoenering. De Centrale Markt (zeer waarschijnlijk die van Amsterdam, gezien de terminologie) speelde een centrale rol in de distributie van voedsel in de stad.
De burgemeester van Amsterdam in augustus 1942 was de regeringscommissaris Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld. Administratieve processen zoals deze liepen gedurende de oorlog door, waarbij het Nederlandse ambtenarenapparaat grotendeels bleef functioneren onder toezicht van de Duitse autoriteiten. Het huren van pakhuisruimte op de Centrale Markt was essentieel voor handelaren die betrokken waren bij de (sterk gereguleerde) voedselketen.