Officieel afschrift van een besluit van de burgemeester.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van de burgemeester. 26 mei 1942 (met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942). [Stempel linksboven:] № 39/65/132
[Stempel middenboven:] M. 1942 20/6
[Handgeschreven paraaf rechtsboven:] MW
[Handgeschreven blauwe aantekening rechtsboven:] [onleesbaar]
[Blauw rond stempel met 'M' rechtsboven]
Afschrift
N323 L. M. 194
[Wapen van de stad Amsterdam]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan Hartog Noort, geboren 30 Mei 1890, wo-
nende Lepelstraat 66 hs, bij beschikking dd. 16 September 1940, no. 5/228
L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten
verkoop van consumptieijs, op den openbaren weg, aan den walkant van de
Nieuwe Achtergracht, recht tegenover den ingang van perceel Nieuwe Achter-
gracht 148 A, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te
trekken.
GM
Amsterdam, 26 Mei 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte
De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Linksonder:] K 350 Dit document is een administratieve weergave van de uitsluiting van een Joodse Amsterdammer uit het economische leven tijdens de Duitse bezetting.
- Administratieve precisie: De tekst is zakelijk en procedureel. Het refereert aan een eerdere beschikking uit september 1940 (vlak na het begin van de bezetting) en trekt deze nu formeel in.
- Terugwerkende kracht: Opvallend is dat het besluit is genomen op 26 mei 1942, maar "gerekend te zijn ingegaan op 13 januari 1942". Dit duidt op een bureaucratische afwikkeling van maatregelen die feitelijk al eerder waren opgelegd.
- Betrokkenen: Edward Voûte was de door de bezetter aangestelde burgemeester van Amsterdam. De ondertekening door de gemeentesecretaris Franken toont aan hoe het reguliere ambtelijk apparaat meewerkte aan de uitvoering van deze maatregelen.
- Doelwit: De Lepelstraat lag in de toenmalige Jodenbuurt. De naam Hartog Noort en de locatie wijzen op een Joodse marktkoopman/ondernemer. Het document moet worden gelezen in het kader van de anti-Joodse maatregelen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Vanaf 1941 werden Joden stelselmatig uit het openbare en economische leven geweerd. Een specifiek verbod voor Joden om straathandel te drijven of standplaatsen in te nemen werd in de loop van 1941 en begin 1942 strikt gehandhaafd. De datum 13 januari 1942 in dit document valt samen met de periode waarin de bezetter en het collaborerende bestuur de laatste economische onafhankelijkheid van Joden vernietigden.
Voor Hartog Noort betekende dit document niet alleen het verlies van zijn inkomstenbron (de ijsverkoop), maar het was een voorbode van de totale rechteloosheid die zou leiden tot deportatie. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat veel bewoners van de Lepelstraat, waaronder de familie Noort, de Holocaust niet hebben overleefd. Dit schijnbaar 'droge' administratieve formulier is daarmee een direct bewijs van de bureaucratische voorbereiding van de Sjoa in Amsterdam. Gemeente Amsterdam