Afschrift van een burgemeestersbesluit (beschikking).
Origineel
Afschrift van een burgemeestersbesluit (beschikking). 26 mei 1942 (met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942). [Linksboven in blauwe inkt/stempel:]
Nº 39/65/131
Afschrift
No. 223 L. M. 1942
[Midden boven, stempel:]
M. 1942 20/5
[Rechtsboven handgeschreven in blauw:]
MW
[Paraaf in blauw]
[Gemeentewapen van Amsterdam]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan Abraham Schrijver, geboren 8 Juli
1877, wonende Recht Boomsloot 26 B, bij beschikking dd. 22 Januari 1940,
no. 754 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats
ten verkoop van fruit, op den openbaren weg, den N.O. hoek van het verhoogde
middengedeelte van de Nieuwmarkt, tegenover perceel Nieuwmarkt 1, bij deze,
gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
GM
Amsterdam, 26 Mei 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte
De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Linksonder:]
K 350 Dit document is een officiële kennisgeving van de gemeente Amsterdam waarin een eerder verleende vergunning voor een fruitkraam op de Nieuwmarkt wordt ingetrokken. De vergunninghouder is Abraham Schrijver.
Opvallend is de datum van intrekking: hoewel het document is opgesteld op 26 mei 1942, gaat de intrekking met terugwerkende kracht in op 13 januari 1942. De locatie van de standplaats (Nieuwmarkt) en het woonadres van de betrokkene (Recht Boomssloot) bevonden zich midden in de Joodse buurt van Amsterdam. De intrekking van de vergunning is een direct gevolg van de anti-Joodse maatregelen die door de Duitse bezetter werden opgelegd en door het Amsterdamse gemeentebestuur werden uitgevoerd. Dit document vormt een tastbaar bewijs van de 'economische uitschakeling' van Joodse Amsterdammers tijdens de Tweede Wereldoorlog. In januari 1942 werd door de bezetter bepaald dat Joden geen handel meer mochten drijven op openbare markten of standplaatsen in Amsterdam, behalve op de speciaal daarvoor aangewezen 'Joodse markten'.
Burgemeester Edward Voûte, die in 1941 door de Duitsers was aangesteld, gaf met deze beschikking uitvoering aan dit beleid. Abraham Schrijver, wiens naam en woonplaats duiden op een Joodse achtergrond, verloor hiermee zijn bron van inkomsten. Kort na het opstellen van dit document, in de zomer van 1942, begonnen de grootschalige deportaties van Joden vanuit Amsterdam naar de vernietigingskampen. De administratieve beroving, zoals vastgelegd in dit afschrift, was een voorbode van de fysieke vernietiging die volgde.