Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 185
Jaar 1942
Stadsarchief

Afschrift van een officieel besluit (beschikking) van de gemeente Amsterdam.

Origineel

Afschrift van een officieel besluit (beschikking) van de gemeente Amsterdam. [Linksboven, gestempeld/geschreven:]
No 39/65/165
Afschrift
~~225~~
No. L. M. 194
2

[Rechtsboven, handgeschreven:]
0/6
JW
H. muller
[Paraaf in blauw met cirkel eromheen]

[Midden:]
[Wapen van Amsterdam]

DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan Abraham Porcelein, geboren 15 December 1887, wonende Nieuwe Heerengracht 40 hs, bij beschikking dd. 27 Augustus 1940, no. 764 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten verkoop van haring, zuurwaren, gerookte, gedroogde, gestoomde en gezouten visch, op den openbaren weg, tegen de leuning, op den vleugel van de brug over de Nieuwe Prinsengracht t/o den zijgevel van perceel Weesperstraat 95, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.

GM

Amsterdam, 4 Juni 1942.
De Burgemeester voornoemd,
get. Voûte

De Gemeentesecretaris,
get. J.F. Franken

[Linksonder:]
K 350 Dit document is een formeel afschrift van een besluit om een marktvergunning in te trekken. De vergunninghouder is Abraham Porcelein, die een viskraam exploiteerde op een strategische plek in de Amsterdamse Jodenbuurt (nabij de Weesperstraat).

Opvallend aan de tekst is de precisie waarmee de locatie en de aard van de handel (haring, zuurwaren en diverse soorten vis) worden beschreven. De intrekking geschiedt met een aanzienlijke terugwerkende kracht: het besluit is genomen in juni 1942, maar wordt geacht te zijn ingegaan op 13 januari 1942. Dit wijst op een administratieve afwikkeling van een feitelijke situatie die al eerder was afgedwongen.

De ondertekenaar, "get. Voûte", verwijst naar Edward Voûte, die tijdens de Duitse bezetting door de nazi's als burgemeester van Amsterdam was aangesteld. Dit document is een direct bewijsstuk van de economische uitsluiting van Joodse burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Abraham Porcelein (1887) was een Joodse Amsterdammer. Vanaf 1941 voerden de Duitse bezetters en de collaborerende gemeente tal van verordeningen in om Joden uit het openbare en economische leven te bannen.

In januari 1942 (de datum waarop de intrekking officieel ingaat) werden de maatregelen tegen Joodse straathandelaren drastisch verscherpt. Joden mochten op last van de bezetter hun beroep niet meer uitoefenen op openbare standplaatsen. De intrekking van deze vergunning was dus geen incidenteel besluit vanwege een overtreding, maar onderdeel van de systematische beroving en isolatie van de Joodse bevolking, die uiteindelijk zou leiden tot de deportaties. De locatie van de standplaats, de Weesperstraat, vormde het hart van de Joodse wijk die in deze periode door de bezetter werd getransformeerd tot een getto. J.F. Franken Gemeente Amsterdam

Samenvatting

Dit document is een formeel afschrift van een besluit om een marktvergunning in te trekken. De vergunninghouder is Abraham Porcelein, die een viskraam exploiteerde op een strategische plek in de Amsterdamse Jodenbuurt (nabij de Weesperstraat).

Opvallend aan de tekst is de precisie waarmee de locatie en de aard van de handel (haring, zuurwaren en diverse soorten vis) worden beschreven. De intrekking geschiedt met een aanzienlijke terugwerkende kracht: het besluit is genomen in juni 1942, maar wordt geacht te zijn ingegaan op 13 januari 1942. Dit wijst op een administratieve afwikkeling van een feitelijke situatie die al eerder was afgedwongen.

De ondertekenaar, "get. Voûte", verwijst naar Edward Voûte, die tijdens de Duitse bezetting door de nazi's als burgemeester van Amsterdam was aangesteld.

Historische Context

Dit document is een direct bewijsstuk van de economische uitsluiting van Joodse burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Abraham Porcelein (1887) was een Joodse Amsterdammer. Vanaf 1941 voerden de Duitse bezetters en de collaborerende gemeente tal van verordeningen in om Joden uit het openbare en economische leven te bannen.

In januari 1942 (de datum waarop de intrekking officieel ingaat) werden de maatregelen tegen Joodse straathandelaren drastisch verscherpt. Joden mochten op last van de bezetter hun beroep niet meer uitoefenen op openbare standplaatsen. De intrekking van deze vergunning was dus geen incidenteel besluit vanwege een overtreding, maar onderdeel van de systematische beroving en isolatie van de Joodse bevolking, die uiteindelijk zou leiden tot de deportaties. De locatie van de standplaats, de Weesperstraat, vormde het hart van de Joodse wijk die in deze periode door de bezetter werd getransformeerd tot een getto.

Genoemde Personen 1

Locaties

Amsterdam brug over de Nieuwe Prinsengracht tegenover Weesperstraat 95.

Producten

Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Gerookt Vis & Zee: Gestoomd Vis & Zee: Haring Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam

Gerelateerde Documenten 6