Officieel afschrift van een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders. 10 juli 1942. Opm: typefouten uit het origineel, zoals "innemennvan", zijn letterlijk overgenomen.
[Linksboven, blauw stempel/pen:]
№ 39/65/174
[Linksboven, getypt:]
Afschrift
No 223 L. M. 1942
[Midden boven, stempel:]
[Wapen van Amsterdam]
[Rechtsboven, blauw stempel:]
1342 12/7
[Rechtsboven, handgeschreven met grijs potlood:]
Meartken (2)
H. Muller
[Hoofdtekst:]
De BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM,
XXXXXXXXXXXXXX
Heeft goedgevonden de aan Gerrit Orost, geboren 27 Mei 1883,
wonende Wagenaarstraat 87 Ia, bij beschikking dd. 30 December 1939, no. 764
L.M. verleende vergunning tot het innemennvan een vaste standplaats, ten
verkoop van bloemen, op den openbaren weg, een stuk grond voor perceel Lin-
naeusstraat 77, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari in te trek-
ken.
GM
[Rechtsonder:]
Amsterdam, 10 Juli 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get) voute [paars stempel]
De Gemeentesecretaris,
(get) H. van Buuren ls [vaag paars stempel] * Bestuurlijke context: Het document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De ondertekenaar "Voute" verwijst naar Edward Voûte, de door de bezetter aangestelde burgemeester van Amsterdam (1941-1945).
* Procedure: Het betreft een intrekking van een vergunning die eind 1939 (vlak voor de oorlog) was verleend. De intrekking is met terugwerkende kracht uitgevoerd vanaf 13 januari (vermoedelijk 1942).
* Locatie: De standplaats bevond zich in de Linnaeusstraat (Amsterdam-Oost), ter hoogte van nummer 77. De betrokkene woonde nabij in de Wagenaarstraat (Dapperbuurt).
* Taalgebruik: Het document hanteert de toenmalige ambtelijke spelling (bijv. "den openbaren weg"). Opvallend is de typefout "innemennvan" in de centrale tekst. Tijdens de bezettingsjaren werden vergunningen voor straathandel en standplaatsen streng gereguleerd en vaak ingetrokken. Hoewel de reden voor intrekking hier niet expliciet vermeld staat, was dit een veelvoorkomende maatregel om de economische activiteit te controleren of om specifieke groepen (met name Joodse Amsterdammers) uit het straatbeeld te weren. Gezien de datum (juli 1942) valt dit besluit samen met de periode waarin de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam hun piek bereikten, al moet uit extern archiefonderzoek blijken of Gerrit Orost vanwege zijn achtergrond of vanwege algemene sanering van standplaatsen zijn vergunning verloor.