Afschrift van een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Afschrift van een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam. 4 juni 1942 (met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942). [Linksboven stempel in paars:] No 39/65/173 M 1942
[Midden boven:] Wapen van Amsterdam
[Rechtsboven handgeschreven:] 8/6 [paraaf] ThV
[Rechtsboven handgeschreven in blauw:] Invullen [?]
[Rechtsboven rond paars stempel met gestileerde 'M']
Afschrift
No. 223 L. M. 194²
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan Isaac Piller, geboren 9 Juni 1900, wonende Nieuwe Kerkstraat 38 hs, bij beschikking dd. 26 Januari 1940, no. 764 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten verkoop van fruit, op den openbaren weg, den rijweg van de Nieuwe Kerkstraat, vóór den zijgevel van perceel Weesperstraat 71, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
GM
Amsterdam, 4 Juni 1942.
De Burgemeester voornoemd,
get. Vôute
De Gemeentesecretaris,
get. J .F. Franken
[Linksonder:] K 350 * Inhoud: Het betreft de officiële intrekking van een standplaatsvergunning. Isaac Piller had sinds begin 1940 toestemming om fruit te verkopen op de hoek van de Nieuwe Kerkstraat en de Weesperstraat. Dit recht wordt hem medio 1942 ontnomen.
* Tijdsverloop: Opvallend is dat het besluit is genomen op 4 juni 1942, maar met terugwerkende kracht ("gerekend te zijn ingegaan") per 13 januari 1942. Dit wijst op een administratieve formalisering van een situatie die feitelijk al eerder was afgedwongen.
* Bestuur: Het document is getekend door Edward Vôute, die in 1941 door de Duitse bezetter als burgemeester was aangesteld. De afkorting "L.M." staat waarschijnlijk voor 'Lokaal Middel', een administratieve aanduiding voor gemeentelijke leges of vergunningen. Dit document is een sprekend voorbeeld van de bureaucratische uitsluiting van de Joodse bevolking tijdens de Duitse bezetting in Nederland.
1. Arisering en uitsluiting: Vanaf 1941 werden stelselmatig maatregelen ingevoerd om Joden uit het economische leven te bannen. Joodse straathandelaren en marktkooplieden waren een van de eerste groepen die hun nering moesten staken door het intrekken van vergunningen.
2. Locatie: De Nieuwe Kerkstraat en de Weesperstraat vormden het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Door vergunningen juist hier in te trekken, werd de lokale Joodse economie en zelfvoorziening direct getroffen.
3. Isaac Piller: Gezien zijn naam, geboortedatum en woonplaats in de Jodenbuurt, was hij een doelwit van de anti-Joodse verordeningen. Hoewel dit document het einde van zijn legale broodwinning markeert, blijkt uit oorlogsarchieven dat Isaac Piller de Holocaust heeft overleefd.
4. De 'banaliteit' van de administratie: De zakelijke, droge toon van het document verhult de catastrofale impact die dergelijke besluiten hadden op de getroffenen, die hiermee niet alleen hun inkomen maar ook hun juridische status en veiligheid verloren. F. Franken