Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam. 30 mei 1942. [Stempel linksboven:] Nº 39/65/172 [handgeschreven]
[Stempel midden boven:] M. 1942 [met handgeschreven toevoeging 'h']
[Gedrukt:] Afschrift
[Handgeschreven:] 223
[Gedrukt:] No. L. M. 194 [handgeschreven toevoeging '2']
[Rechtsboven handgeschreven initialen/paraaf: 'NW' en 'H Muller'; klein rond stempel met een '3']
[Stempel: Wapen van Amsterdam]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan Samson Pach, geboren 9 November 1891,
wonende Vrolikstraat 261 III, bij beschikking dd. 22 Januari 1940, no. 764
L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten
verkoop van consumptieijs, op den openbaren weg, den rijweg van de Nieuwe
Kerkstraat, voor den zijgevel van perceel Weesperstraat 74, bij deze, ge-
rekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
GM
Amsterdam, 30 Mei 1942.
De Burgemeester voornoemd,
get. Voûte
De Gemeentesecretaris,
get. J.F. Franken
[Linksonder in de kantlijn:] K 350 Dit document is een officieel afschrift van een besluit van de burgemeester van Amsterdam, Edward Voûte, genomen op 30 mei 1942. Het besluit behelst de intrekking van een exploitatievergunning die op 22 januari 1940 was verleend aan Samson Pach.
Pach had toestemming om consumptie-ijs te verkopen vanaf een vaste standplaats op de hoek van de Nieuwe Kerkstraat en de Weesperstraat. Opvallend is dat de intrekking met terugwerkende kracht is geformuleerd: het besluit van mei 1942 stelt dat de intrekking geacht wordt reeds op 13 januari 1942 te zijn ingegaan.
De tekst is formeel van aard en bevat de namen van de toenmalige burgemeester (Voûte) en de gemeentesecretaris (Franken). De aanduiding "get." (getekend) geeft aan dat dit een afschrift is van het originele besluit. Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Burgemeester Edward Voûte stond bekend als collaborerend en voerde het Duitse beleid in Amsterdam uit.
De context van deze specifieke intrekking is zeer waarschijnlijk de stelselmatige uitsluiting van Joodse burgers uit het economische en openbare leven. De naam Samson Pach en de locatie van zijn standplaats (het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt) duiden erop dat hij een Joodse ondernemer was.
Vanaf 1941 werden er door de bezetter en het collaborerende stadsbestuur talloze verordeningen uitgevaardigd die het Joden verboden om beroepen uit te oefenen of handel te drijven. De intrekking van standplaatsvergunningen voor Joodse straatverkopers was een vast onderdeel van deze "ontjoodsing" van de economie. De terugwerkende kracht tot januari 1942 suggereert dat dit besluit onderdeel was van een grotere administratieve schoonmaak om Joodse invloeden uit het straatbeeld te verwijderen, vlak voordat de grootschalige deportaties in de zomer van 1942 begonnen.