Afschrift (doorslag/kopie) van een ambtelijk besluit van de gemeente Amsterdam.
Origineel
Afschrift (doorslag/kopie) van een ambtelijk besluit van de gemeente Amsterdam. No 29/65/171 M. L. 1942 ¾ [stempel]
Afschrift
No. 223 L. M. 19~~3~~4 2 [gecorrigeerd naar 42]
[Wapen van Amsterdam]
De BURGEMEESTER EN ~~WETHOUDERS~~ VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan Jacob Dotsch, geboren 11 Augustus 1894, wonende Lepelstraat 30 I, bij beschikking dd. 6 Januari 1940, no. 764 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten verkoop van versche en gerookte visch, op den openbaren weg, den rijweg van de Lepelstraat voor perceel no. 50, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
GM
Amsterdam, 5 Juni 1942.
De Burgemeester voornoemd,
get. Voûte
De Gemeentesecretaris,
get. J.F. Franken Dit document is een formeel besluit tot het intrekken van een marktvergunning (standplaatsvergunning) voor de verkoop van vis. De tekst weerspiegelt de bestuurlijke realiteit van Amsterdam onder de Duitse bezetting:
- Bestuurlijke structuur: De woorden "EN WETHOUDERS" zijn met X-en doorgehaald. Dit verwijst naar de opheffing van de gemeenteraad en het college van B&W door de bezetter in 1941, waarna de burgemeester (als regeringscommissaris) volgens het 'leidersbeginsel' alleen regeerde.
- Terugwerkende kracht: Hoewel het document is gedateerd op 5 juni 1942, wordt de vergunning met terugwerkende kracht per 13 januari 1942 ingetrokken. Dit duidt op een administratieve afwikkeling van een reeds eerder geëffectueerd verbod.
- Edward Voûte: De genoemde burgemeester Voûte was een NSB-burgemeester die collaboreerde met de Duitse autoriteiten bij de uitvoering van anti-Joodse maatregelen. Het document is een tastbaar bewijs van de 'ontjoodsing' van de Amsterdamse economie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf begin 1942 werd het Joodse burgers stelselmatig verboden om hun beroep uit te oefenen, met name in de handel en op markten.
De betrokkene, Jacob Dotsch (1894), was een Joodse Amsterdammer. Het intrekken van zijn vergunning om vis te verkopen in de Lepelstraat (gelegen in de toenmalige Jodenbuurt) was een stap in de systematische beroving van zijn middelen van bestaan. Uit historische bronnen blijkt dat Jacob Dotsch op 2 juli 1943 is vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Dit document vormt een schakel in de bureaucratische keten die leidde van uitsluiting naar deportatie en vernietiging. J.F. Franken Gemeente Amsterdam NSB