Officieel afschrift van een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders. [Linksboven, gestempeld/geschreven:]
No 37/65/170 M. 1072 d/d
[Middenboven:]
Afschrift
No. 223 L. M. 193 4/2
[Rechtsboven, handgeschreven initialen en een kleine ronde stempel met 'N']
[Wapen van Amsterdam]
De XXXXXXXXXXXXXX
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan Roosje Casseres-Haag, geboren 21 Janu-
ari 1884, wonende Nieuwe Kerkstraat 37 II, bij beschikking dd. 20 Maart
1940, no. 764 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste stand
plaats ten verkoop van bloemen, op den openbaren weg, de Nieuwe Prinsen-
gracht, tegenover de scheiding van de perceelen Nieuwe Prinsengracht 32 en
Weesperstraat 106, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in
te trekken.
GM
Amsterdam, 5 Juni 1942.
De Burgemeester voornoemd,
get. Voûte
De Gemeentesecretaris,
get. J.F. Franken Het document betreft de officiële intrekking van een marktvergunning voor het verkopen van bloemen. De vergunninghouder, Roosje Casseres-Haag, had sinds maart 1940 toestemming voor een vaste standplaats op de hoek van de Nieuwe Prinsengracht en de Weesperstraat, midden in de Amsterdamse Jodenbuurt.
Opvallend is dat het besluit is genomen op 5 juni 1942, maar met een terugwerkende kracht die ingaat op 13 januari 1942. Het document is ondertekend door Edward Voûte, de door de Duitse bezetter benoemde regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam. Dit document is een direct bewijsstuk van de economische uitsluiting van Joodse burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In de loop van 1941 en 1942 vaardigde de bezetter, vaak uitgevoerd door het collaborerende Amsterdamse stadsbestuur, talloze verordeningen uit die het Joden onmogelijk maakten om een beroep of bedrijf uit te oefenen.
De datum van de intrekking (januari 1942) valt samen met de periode waarin de isolatie van de Joodse bevolking in Amsterdam werd voltooid. De intrekking van de standplaatsvergunning was een stap in het proces van onteigening en verpaupering, voorafgaand aan de deportaties.
Uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat Roosje Casseres-Haag enkele maanden na dit schrijven, op 5 oktober 1942, in Auschwitz is vermoord. Dit document markeert het moment waarop haar de middelen van bestaan werden ontnomen kort voordat zij uit de stad werd weggevoerd. J.F. Franken Gemeente Amsterdam