Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam. 22 april 1942. [Linksboven, paars stempel:] Nº 39/65/2
[Midden boven, groot paars stempel:] M. 1942 [handgeschreven in inkt:] 20/5
[Onder het nummer:] Afschrift
[Daaronder:] No. 223 L. M. 194 2. [de '2' is handgeschreven]
[Rechtsboven, handgeschreven in zwarte inkt:] W Muller [?]
[Daaronder, klein rood rond stempel met een 'W' of logo]
[Midden, wapen van Amsterdam met de drie kruisen]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Overwegende, dat het gewenscht is de aan
Manus Fransman,
geboren 24 April 1896, wonende Schalkburgerstraat 20 II, bij be-
schikking d.d. 30 December 1939, No.764 L.M.1939 verleende ver-
gunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten verkoop
van versche visch, op den openbaren weg, op den rijweg van de
Retiefstraat, voor perceel No.92, in te trekken;
Heeft goedgevonden de bovenvermelde vergunning, bij deze,
gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
VM
Amsterdam, 22 April 1942.
De Burgemeester voornoemd,
[Paars stempel:] (get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
[Paars stempel:] (get.) J. F. FRANKEN
[Linksonder:] K 350 Dit document is een administratieve vastlegging van de intrekking van een marktvergunning. De belangrijkste elementen zijn:
- De betrokkene: Manus Fransman woonde in de Schalkburgerstraat, midden in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Hij had sinds eind 1939 een legale standplaats voor de verkoop van vis in de Retiefstraat (ter hoogte van nummer 92).
- Terugwerkende kracht: Hoewel het besluit is gedateerd op 22 april 1942, wordt bepaald dat de intrekking met terugwerkende kracht is ingegaan op 13 januari 1942. Dit wijst op een administratieve afwikkeling van een situatie die feitelijk al eerder was beëindigd.
-
Ondertekening: Het document is opgesteld onder verantwoordelijkheid van Edward Voûte, de pro-Duitse burgemeester van Amsterdam tijdens de bezetting, en gemeentesecretaris J.F. Franken. De namen zijn gestempeld, wat gebruikelijk is bij een 'afschrift' (kopie voor het archief of andere afdelingen). Dit document moet worden gezien in het kader van de stelselmatige uitsluiting van Joodse burgers uit het economische leven tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
-
Anti-Joodse maatregelen: In 1941 en 1942 werden door de bezetter talloze verordeningen uitgevaardigd die het voor Joden onmogelijk maakten hun beroep uit te oefenen. Marktkooplieden en straathandelaren waren een van de eerste groepen die hun vergunningen verloren.
- Locatie: De Schalkburgerstraat en Retiefstraat maakten deel uit van de Transvaalbuurt, een wijk die door de bezetter was aangewezen als onderdeel van de "Jodenbuurt". Door vergunningen in te trekken, werd de Joodse bevolking de legale middelen van bestaan ontnomen, wat een opmaat was naar de deportaties.
- Lot van de betrokkene: Historisch onderzoek (bron: Joods Monument) bevestigt dat Manus Fransman inderdaad een Joodse Amsterdammer was. De intrekking van zijn vergunning in april 1942 ging vooraf aan zijn deportatie; Manus Fransman is op 2 juli 1943 vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Dit document vormt daarmee een papieren getuigenis van de bureaucratische uitvoering van de Holocaust op lokaal niveau.