Afschrift van een officieel besluit (beschikking) van de gemeente Amsterdam.
Origineel
Afschrift van een officieel besluit (beschikking) van de gemeente Amsterdam. 25 april 1942 (met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942). 39/65/52 28/5
Afschrift
No. 223 L. M. 194[2]
[Wapen van Amsterdam]
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan Levi Degen, geboren 8 Mei 1886, wonende Leeuwenhoekstraat 5 hs, bij beschikking dd. 30 December 1939, no. 764 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten verkoop van fruit, op den openbaren weg, het verhoogde voetpad in de boomenrij, in de Javastraat, t/o den zijgevel van perceel Celebesstraat 39, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
GM
Amsterdam, 25 April 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte
De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
K 350 Dit document is een formeel besluit tot het intrekken van een marktvergunning. De details zijn als volgt:
- De Begunstigde: Levi Degen, een fruithandelaar wonende aan de Leeuwenhoekstraat in Amsterdam.
- De Vergunning: Het betrof een "vaste standplaats" voor de verkoop van fruit in de Javastraat (Indische Buurt, Amsterdam), specifiek op het voetpad tegenover de Celebesstraat 39.
- De Intrekking: De oorspronkelijke vergunning uit 1939 wordt per direct ingetrokken, waarbij de intrekking met terugwerkende kracht wordt gedateerd op 13 januari 1942.
-
Ondertekening: Het document is ondertekend door Edward Voûte, de pro-Duitse burgemeester van Amsterdam tijdens de bezetting, en gemeentesecretaris J.F. Franken. Dit document is een direct gevolg van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
-
Economische uitsluiting: Vanaf 1941 werden Joodse ondernemers en marktkooplui stelselmatig uit het economische leven geweerd. Verordening 198/1941 was een van de middelen om Joden te dwingen hun bedrijven te staken of over te dragen.
- Datum van intrekking: De datum 13 januari 1942 is saillant. Rond deze tijd werden veel Joodse straathandelaren in Amsterdam gedwongen hun activiteiten te staken als onderdeel van de segregatie van de Amsterdamse markten.
- Levi Degen: Gezien de naam, de datum en de aard van de intrekking, betreft dit de systematische ontneming van bestaansmiddelen van een Joodse burger. Uit archiefstukken (zoals van de Joodse Raad of het Digitaal Monument Joodse Gemeenschap) blijkt vaak dat personen zoals Levi Degen na het verlies van hun vergunning korte tijd later werden gedeporteerd.
- Edward Voûte: Als burgemeester speelde Voûte een actieve rol in het uitvoeren van de verordeningen van de bezetter, waaronder het administratief faciliteren van de Jodenvervolging door dit soort vergunningen in te trekken. J.F. Franken Gemeente Amsterdam