Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 243
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Afschrift van een officieel besluit van het College van Burgemeester en Wethouders (in casu de Burgemeester).

Origineel

Afschrift van een officieel besluit van het College van Burgemeester en Wethouders (in casu de Burgemeester). № 39/65/51 M. 1342 28/5
Afschrift
No. 223 L. M. 194 2

[Wapen van Amsterdam]

DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,

Heeft goedgevonden de aan Salomon van Cleef, geboren 16 Maart 1899, wonende Vaalrivierstraat 16 bhs, bij beschikking dd. 9 Mei 1941, no. 1007 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten verkoop van aardappelen, groente en fruit, op den openbaren weg, het verhoogde middengedeelte van het Iepenplein, tegenover no. 11 en 13, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.

GM

Amsterdam, 25 April 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte

De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN

K 350 Dit document is een administratief bewijsstuk van de systematische uitsluiting van Joodse burgers uit het economische leven tijdens de Duitse bezetting van Nederland.

  • De maatregel: De vergunning van Salomon van Cleef voor een standplaats op het Iepenplein wordt ingetrokken. Hoewel de brief gedateerd is op 25 april 1942, wordt expliciet vermeld dat de intrekking al met terugwerkende kracht is ingegaan op 13 januari 1942.
  • Locatie: Het Iepenplein ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost, een buurt die in die tijd een zeer grote Joodse populatie kende. De Vaalrivierstraat, waar de betrokkene woonde, ligt in dezelfde buurt.
  • Ondertekening: Het document is ondertekend door Edward John Voûte, de door de bezetter benoemde regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam, en J.F. Franken. De intrekking van deze vergunning staat niet op zichzelf, maar is een direct gevolg van de anti-Joodse verordeningen (Juden-Erlasse).

  • Economische uitsluiting: Vanaf 1941 vaardigde de bezetter diverse verordeningen uit die het Joden onmogelijk maakten om een bedrijf te voeren of een beroep uit te oefenen. In juni 1941 werd het Joden verboden om op markten te staan of standplaatsen in te nemen. De Amsterdamse marktwezen-administratie voerde deze opdrachten van de bezetter strikt uit.

  • Salomon van Cleef: Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Salomon van Cleef inderdaad een Joodse marktkoopman was. Hij woonde met zijn gezin in de Vaalrivierstraat. De intrekking van zijn vergunning in 1942 was de opmaat naar verdere vervolging.
  • Lot van de betrokkene: Salomon van Cleef werd later gedeporteerd. Hij is op 2 juli 1943 vermoord in vernietigingskamp Sobibor, samen met zijn vrouw Mietje van Cleef-Swaab en hun drie kinderen (Gerrit, Sientje en de 3-jarige Lea).

Dit document vormt een papieren neerslag van de "stille" bureaucratische fase van de Holocaust, waarbij mensen eerst hun middelen van bestaan werden ontnomen voordat zij fysiek werden afgevoerd.

Samenvatting

Dit document is een administratief bewijsstuk van de systematische uitsluiting van Joodse burgers uit het economische leven tijdens de Duitse bezetting van Nederland.

  • De maatregel: De vergunning van Salomon van Cleef voor een standplaats op het Iepenplein wordt ingetrokken. Hoewel de brief gedateerd is op 25 april 1942, wordt expliciet vermeld dat de intrekking al met terugwerkende kracht is ingegaan op 13 januari 1942.
  • Locatie: Het Iepenplein ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost, een buurt die in die tijd een zeer grote Joodse populatie kende. De Vaalrivierstraat, waar de betrokkene woonde, ligt in dezelfde buurt.
  • Ondertekening: Het document is ondertekend door Edward John Voûte, de door de bezetter benoemde regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam, en J.F. Franken.

Historische Context

De intrekking van deze vergunning staat niet op zichzelf, maar is een direct gevolg van de anti-Joodse verordeningen (Juden-Erlasse).

  1. Economische uitsluiting: Vanaf 1941 vaardigde de bezetter diverse verordeningen uit die het Joden onmogelijk maakten om een bedrijf te voeren of een beroep uit te oefenen. In juni 1941 werd het Joden verboden om op markten te staan of standplaatsen in te nemen. De Amsterdamse marktwezen-administratie voerde deze opdrachten van de bezetter strikt uit.
  2. Salomon van Cleef: Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Salomon van Cleef inderdaad een Joodse marktkoopman was. Hij woonde met zijn gezin in de Vaalrivierstraat. De intrekking van zijn vergunning in 1942 was de opmaat naar verdere vervolging.
  3. Lot van de betrokkene: Salomon van Cleef werd later gedeporteerd. Hij is op 2 juli 1943 vermoord in vernietigingskamp Sobibor, samen met zijn vrouw Mietje van Cleef-Swaab en hun drie kinderen (Gerrit, Sientje en de 3-jarige Lea).

Dit document vormt een papieren neerslag van de "stille" bureaucratische fase van de Holocaust, waarbij mensen eerst hun middelen van bestaan werden ontnomen voordat zij fysiek werden afgevoerd.

Locaties

Het Iepenplein ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost een buurt die in die tijd een zeer grote Joodse populatie kende. De Vaalrivierstraat waar de betrokkene woonde ligt in dezelfde buurt.

Kooplieden in dit dossier 23

A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
G. J. Roseboom Uilenburg 764 '39
K. Rozeboom Uilenburg 764 '39
G. Zwaaf-Pront. Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
R. Hooft Uilenburg van de vier grootouders van zijn echtgenoote zijn meer dan twee van Joodschen bloede.
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
J. Zwaaf-Front Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41

Gerelateerde Documenten 6