Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 28
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypt afschrift van een brief met handgeschreven kanttekeningen.

14 januari 1942. Van: A. Schvrien, wonende Plantage Kerklaan 34 III, Amsterdam. Aan: Directeur van Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Getypt afschrift van een brief met handgeschreven kanttekeningen. 14 januari 1942. A. Schvrien, wonende Plantage Kerklaan 34 III, Amsterdam. Directeur van Marktwezen, Amsterdam. No.39/8/1 M.1942 16/1 AFSCHRIFT.

Amsterdam, 14 Januari 1942.

Aan den Weled. Heer Directeur
van Marktwezen,
alhier.

Mijnheer,

        Naar aanleiding dat ik in dienstbetrekking ben

gegaan deel ik U hierbij mede, dat ik geen gebruik meer
zal maken van aan mij uitgereikte standplaatsvergunning en
ventvergunning. Mijn standplaats was uitgegeven voor de
Lepelstraat hoek Weesperstraat.

        Achtend,
        A.Schvrien.

wonende Plantage Kerklaan 34 III, alhier.

Doorzenden naar Raadhuis,
26-1-42. De Haer.

Handgeschreven:
Doorgezonden
27/1-'42 [paraaf] De brief is een zakelijke mededeling van een marktkoopman aan de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen. De afzender, A. Schvrien, geeft zijn vergunningen voor een standplaats en het venten (straatverkoop) op. Hij voert als reden aan dat hij "in dienstbetrekking" is getreden. De betreffende standplaats bevond zich op de hoek van de Lepelstraat en de Weesperstraat, een locatie midden in de toenmalige Jodenbuurt van Amsterdam.

Onderaan de getypte tekst is een administratieve notitie geplaatst door een ambtenaar genaamd "De Haer" om de brief door te sturen naar het Raadhuis. De handgeschreven toevoeging bevestigt dat dit op 27 januari 1942 is gebeurd. Het document is een 'afschrift' (kopie), wat betekent dat het origineel waarschijnlijk in een ander dossier is opgeborgen of dat dit exemplaar bedoeld was voor de administratieve route tussen gemeentelijke diensten. Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland, in een periode waarin de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam drastisch toenamen. De locaties die in de brief worden genoemd (Plantage Kerklaan, Lepelstraat, Weesperstraat) liggen in het hart van de Joodse wijk.

De afzender is Aron Schvrien (geboren 1913). Als Joodse marktkoopman werd hij, net als duizenden anderen, getroffen door verordeningen die Joden verboden deel te nemen aan het reguliere economische verkeer. In 1941 waren Joodse kooplieden al verbannen van de reguliere markten en mochten zij alleen nog op speciale 'Joodse markten' staan.

Het feit dat Schvrien in januari 1942 meldt in "dienstbetrekking" te zijn gegaan, is veelzeggend. In deze periode werden veel Joodse mannen via de Joodsche Raad tewerkgesteld of opgeroepen voor de Joodse werkkampen in Nederland. Het opgeven van zijn zelfstandige onderneming was geen vrije keuze, maar een direct gevolg van de uitsluiting van Joden uit het maatschappelijk leven. Aron Schvrien werd later weggevoerd en is op 30 september 1942 in Auschwitz vermoord. Dit document legt het moment vast waarop hij zijn bron van bestaan noodgedwongen moest opgeven.

Samenvatting

De brief is een zakelijke mededeling van een marktkoopman aan de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen. De afzender, A. Schvrien, geeft zijn vergunningen voor een standplaats en het venten (straatverkoop) op. Hij voert als reden aan dat hij "in dienstbetrekking" is getreden. De betreffende standplaats bevond zich op de hoek van de Lepelstraat en de Weesperstraat, een locatie midden in de toenmalige Jodenbuurt van Amsterdam.

Onderaan de getypte tekst is een administratieve notitie geplaatst door een ambtenaar genaamd "De Haer" om de brief door te sturen naar het Raadhuis. De handgeschreven toevoeging bevestigt dat dit op 27 januari 1942 is gebeurd. Het document is een 'afschrift' (kopie), wat betekent dat het origineel waarschijnlijk in een ander dossier is opgeborgen of dat dit exemplaar bedoeld was voor de administratieve route tussen gemeentelijke diensten.

Historische Context

Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland, in een periode waarin de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam drastisch toenamen. De locaties die in de brief worden genoemd (Plantage Kerklaan, Lepelstraat, Weesperstraat) liggen in het hart van de Joodse wijk.

De afzender is Aron Schvrien (geboren 1913). Als Joodse marktkoopman werd hij, net als duizenden anderen, getroffen door verordeningen die Joden verboden deel te nemen aan het reguliere economische verkeer. In 1941 waren Joodse kooplieden al verbannen van de reguliere markten en mochten zij alleen nog op speciale 'Joodse markten' staan.

Het feit dat Schvrien in januari 1942 meldt in "dienstbetrekking" te zijn gegaan, is veelzeggend. In deze periode werden veel Joodse mannen via de Joodsche Raad tewerkgesteld of opgeroepen voor de Joodse werkkampen in Nederland. Het opgeven van zijn zelfstandige onderneming was geen vrije keuze, maar een direct gevolg van de uitsluiting van Joden uit het maatschappelijk leven. Aron Schvrien werd later weggevoerd en is op 30 september 1942 in Auschwitz vermoord. Dit document legt het moment vast waarop hij zijn bron van bestaan noodgedwongen moest opgeven.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6