Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 13 januari 1942. [Linksboven, handgeschreven in grijs potlood en blauwe pen:]
38600
Tegennummer
91168
[Midden boven, wapen van Amsterdam]
[Rechtsboven, stempels en handgeschreven nummers:]
No 39/6/1
M. 1342 14/1 [handgeschreven 14 over de 1]
Gemeente Amsterdam
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal
[Rechtsboven, handgeschreven naam:]
Mr. J. Muller [?]
Telefoon 43130, 43321
Men wordt verzocht, bij het antwoord nauwkeurig den datum, het nummer en de afdeeling van dezen brief te vermelden.
[Kleine ronde paarse stempel, onleesbaar]
Aan den Heer Directeur van den
Dienst van het Marktwezen.
Afd. L. M. No. 5/9 Bijlagen Uw brief: Datum: 13 Jan. 1942.
Onderwerp:
Hierbij deel ik U mede, dat Marcus Hamel, geb. 11 Juni 1909 en Meijer Hamel geb. 1 Januari 1875, aan wien bij beschikking van 9 Januari 1940, No. 764 L.M. 1939 en 20 Maart 1940 No. 764 L.M. 1939, laatstelijk gewijzigd bij beschikking d.d. 8 November 1941 No. 5/324, vergunning werd verleend tot het innemen van een vaste standplaats op den openbaren weg, respectievelijk 6 September 1941 en 18 October 1941 zijn overleden.
Ik verzoek U beleefd hiervan aanteekening te doen houden.
De Administrateur der Afdeeling
Levensmiddelen, Wasch- en Schoon-
maak-, Bad- en Zweminrichtingen,
[Handtekening, mogelijk: H. Heems]
* [Handgeschreven sterretje in de linker marge]
Model G.A. 5. 25.000-2-'41 Deze ambtelijke brief van de Gemeente Amsterdam uit januari 1942 dient om de Dienst van het Marktwezen te informeren over het vervallen van marktvergunningen door het overlijden van de houders. Het betreft Marcus Hamel (32 jaar) en Meijer Hamel (66 jaar), die beiden een vaste standplaats op de openbare weg hadden.
Opvallend is de droge, bureaucratische toon van het document. Terwijl de brief spreekt over "overlijden", verhult het de werkelijke toedracht. De blauwe onderstrepingen onder de namen en data lijken later aangebracht voor administratieve verwerking. De brief is een voorbeeld van hoe het gemeentelijk apparaat tijdens de bezetting bleef functioneren en de administratie rondom Joodse burgers "opschoonde". De brief is gedateerd in januari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De namen Marcus en Meijer Hamel wijzen op een Joodse achtergrond. Historisch onderzoek (via bronnen zoals het Joods Monument) bevestigt de tragische context van deze brief:
- Marcus Hamel (geb. 11-06-1909) overleed inderdaad op 6 september 1941.
- Meijer Hamel (geb. 01-01-1875), vermoedelijk zijn vader, overleed op 18 oktober 1941.
Beide mannen stierven niet een natuurlijke dood in Amsterdam, maar werden vermoord in het concentratiekamp Mauthausen. Zij behoorden tot de groep Joodse mannen die tijdens de razzia's van 1941 werden opgepakt. Dit document is een kille getuigenis van de wijze waarop de bezetter en de meewerkende gemeentelijke administratie de sporen van de gedeporteerde en vermoorde Joodse bevolking uit de officiële registers wisten. Hun "vaste standplaats" kwam vrij omdat zij in een concentratiekamp om het leven waren gebracht.