Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 26
Dossier 27
Jaar 1942
Stadsarchief

Afschrift van een officieel besluit van de Gemeente Amsterdam.

29 januari 1942.

Origineel

Afschrift van een officieel besluit van de Gemeente Amsterdam. 29 januari 1942. [Stempel bovenin:] № 39 / 5 / 2 M. 1942 3/2
[Handgeschreven rechtsboven:] K. Müller
[Links:] Afschrift
No. 5/28 L. M. 1934 2
[Wapenschild van Amsterdam]

De BURGEMEESTER EN ~~WETHOUDERS~~ VAN AMSTERDAM,

Gezien de mededeeling van H. Biesenbeek-ter Voort, geboren 24 Maart 1902, wonende Lindengracht 158 III, dat zij niet langer gebruik wenscht te maken van de haar bij beschikking dd. 30 December 1939, no. 764 L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten verkoop van gerookte en gestoomde visch, op den openbaren weg, den rijweg van de Houtrijkstraat, vóór den zijgevel van perceel Knollendamstraat 13;

Heeft goedgevonden de vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, bij die beschikking verleend, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 12 Januari 1942, in te trekken.

GM

Amsterdam, 29 Januari 1942.

De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voute

De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN Dit document is een officieel afschrift van een besluit van de burgemeester van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Het betreft de administratieve afhandeling van een verzoek van mevrouw H. Biesenbeek-ter Voort om haar vergunning voor een viskraam op te zeggen.

Opvallend in de tekst is de doorhaling van het woord "WETHOUDERS". Dit is een direct gevolg van de bestuursveranderingen onder de bezetter; per 1 september 1941 werden de gemeenteraden en de colleges van burgemeester en wethouders in Nederland ontbonden. De burgemeester kreeg als 'regeringscommissaris' de volledige beslissingsbevoegdheid, waardoor de vermelding van de wethouders op officieel briefpapier niet meer correct was.

De vergunning had betrekking op een standplaats in de Spaarndammerbuurt (hoek Houtrijkstraat/Knollendamstraat) voor de verkoop van "gerookte en gestoomde visch". De intrekking gaat met terugwerkende kracht in op 12 januari 1942. Het document dateert uit januari 1942, een periode waarin de nazi-bezetting van Nederland stevig gevestigd was. De ondertekenaar, Edward Voute, was in 1941 door de Duitsers benoemd tot burgemeester (regeringscommissaris) van Amsterdam nadat zijn voorganger de Graaf de Vlugt was ontslagen. Voute stond bekend als een meegaand bestuurder die samenwerkte met de bezetter, hoewel hij geen lid was van de NSB.

De reden voor de opzegging door mevrouw Biesenbeek-ter Voort wordt niet expliciet vermeld, maar kan samenhangen met de moeilijke economische omstandigheden tijdens de oorlog. Voedseldistributie en schaarste maakten het runnen van een zelfstandige handel in vis steeds gecompliceerder. Vis was weliswaar langer beschikbaar dan vlees, maar de aanvoer en de prijzen stonden onder zware druk door de oorlogssituatie en de beperkingen op de visserij op de Noordzee.

Het adres van de vergunninghoudster, Lindengracht 158, bevindt zich in de Jordaan, een typische Amsterdamse volksbuurt waar in die tijd veel kleine neringdoenden woonden.

Samenvatting

Dit document is een officieel afschrift van een besluit van de burgemeester van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Het betreft de administratieve afhandeling van een verzoek van mevrouw H. Biesenbeek-ter Voort om haar vergunning voor een viskraam op te zeggen.

Opvallend in de tekst is de doorhaling van het woord "WETHOUDERS". Dit is een direct gevolg van de bestuursveranderingen onder de bezetter; per 1 september 1941 werden de gemeenteraden en de colleges van burgemeester en wethouders in Nederland ontbonden. De burgemeester kreeg als 'regeringscommissaris' de volledige beslissingsbevoegdheid, waardoor de vermelding van de wethouders op officieel briefpapier niet meer correct was.

De vergunning had betrekking op een standplaats in de Spaarndammerbuurt (hoek Houtrijkstraat/Knollendamstraat) voor de verkoop van "gerookte en gestoomde visch". De intrekking gaat met terugwerkende kracht in op 12 januari 1942.

Historische Context

Het document dateert uit januari 1942, een periode waarin de nazi-bezetting van Nederland stevig gevestigd was. De ondertekenaar, Edward Voute, was in 1941 door de Duitsers benoemd tot burgemeester (regeringscommissaris) van Amsterdam nadat zijn voorganger de Graaf de Vlugt was ontslagen. Voute stond bekend als een meegaand bestuurder die samenwerkte met de bezetter, hoewel hij geen lid was van de NSB.

De reden voor de opzegging door mevrouw Biesenbeek-ter Voort wordt niet expliciet vermeld, maar kan samenhangen met de moeilijke economische omstandigheden tijdens de oorlog. Voedseldistributie en schaarste maakten het runnen van een zelfstandige handel in vis steeds gecompliceerder. Vis was weliswaar langer beschikbaar dan vlees, maar de aanvoer en de prijzen stonden onder zware druk door de oorlogssituatie en de beperkingen op de visserij op de Noordzee.

Het adres van de vergunninghoudster, Lindengracht 158, bevindt zich in de Jordaan, een typische Amsterdamse volksbuurt waar in die tijd veel kleine neringdoenden woonden.

Locaties

Amsterdam Nederland.

Kooplieden in dit dossier 23

A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
G. J. Roseboom Uilenburg 764 '39
K. Rozeboom Uilenburg 764 '39
G. Zwaaf-Pront. Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
R. Hooft Uilenburg van de vier grootouders van zijn echtgenoote zijn meer dan twee van Joodschen bloede.
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
J. Zwaaf-Front Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41

Gerelateerde Documenten 6