Doorslag van een ambtelijke brief/nota.
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief/nota. 30 september 1942. De Directeur, De Gemeente-Adviseur voor voedings- en distributieaangelegenheden. 3 30 September 42
46A/1/26 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,
In aanvulling van het besluit d.d. 22 Mei jl. inzake het aanwijzen van verkoopplaatsen van visch ware door den Burgemeester bij besluit te bepalen, dat de verkoop van mosselen slechts is toegestaan op de door hem aangewezen verkoopplaatsen.
Voor de goede orde berichten wij U, dat wij, in afwachting van Uw beslissing, de Mosselencombinatie hebben opgedragen alleen mosselen af te geven aan die straathandelaren, die in het bezit zijn van een marktplaats.
De Directeur,
De Gemeente-Adviseur
voor voedings- en dis-
tributieaangelegenheden, Dit document betreft een administratieve mededeling van de Gemeente-Adviseur voor voedings- en distributieaangelegenheden aan de Wethouder voor Levensmiddelen in Amsterdam. De kern van de brief is de regulering van de mosselverkoop. Er wordt voorgesteld (of bevestigd) dat mosselen alleen op door de Burgemeester aangewezen plekken verkocht mogen worden.
In de tweede alinea wordt gemeld dat er vooruitlopend op een formeel besluit al maatregelen zijn genomen: de "Mosselencombinatie" (het orgaan dat de toevoer controleerde) heeft de instructie gekregen om alleen te leveren aan straathandelaren die over een officiële marktplaats beschikken. Dit wijst op een verscherping van het toezicht op de informele handel en een centralisering van de distributie. Het document dateert van september 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de schaarste aan voedsel groot en stond de gehele distributieketen onder streng toezicht van zowel de bezetter als het meewerkende gemeentebestuur.
De term "distributieaangelegenheden" is kenmerkend voor de oorlogseconomie, waarbij vrijwel alle levensmiddelen op de bon waren of strikt gereguleerd werden om de zwarte handel tegen te gaan en de bevoorrading (ook voor de bezetter) te garanderen. De Mosselencombinatie was een typisch voorbeeld van een tijdens de bezetting opgericht of aangestuurd orgaan om een specifieke productgroep te beheersen. De beperking van verkoop aan handelaren met een vaste marktplaats diende om de controle op de geldstromen en goederenbewegingen in de stad Amsterdam te maximaliseren. Daarnaast past deze maatregel in de bredere context van de uitsluiting van bepaalde groepen (zoals Joodse handelaren, die tegen deze tijd grotendeels van de markten waren verbannen) uit het economische leven.